I.2 Paragrafen

I.2.1 Lokale heffingen

Inleiding

Met lokale heffingen creëren wij de mogelijkheid aanvullend (op onder meer de uitkering uit het provinciefonds) collectieve voorzieningen, zoals deze in de verschillende programma’s zijn opgenomen, te financieren. Bij het heffen gaan wij zoveel mogelijk uit van het profijtbeginsel. Het profijtbeginsel is gebaseerd op de gedachte dat burgers en bedrijven moeten bijdragen in de kosten van de door de overheid voortgebrachte voorzieningen naar de mate van het profijt dat zij van die voorzieningen hebben. Het profijtbeginsel manifesteert zich met name bij heffingen. Deze paragraaf geeft de door Provinciale Staten vastgestelde beleidslijnen en te realiseren belastingopbrengsten weer. Bij het heffen houden wij rekening met interne en externe kaders en wet- en regelgeving, waaronder verschillende artikelen uit de Provinciewet. Daaruit komt het volgende naar voren:

Lastendruk
De provinciale heffingen bepalen, zij het in geringe mate, de collectieve lastendruk en zijn dus mede bepalend voor de omvang van het besteedbaar inkomen. Wettelijk mag het bedrag van een provinciale belasting niet afhankelijk worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen.

Lokale heffingen moeten overheidsoptreden legitimeren
Wat krijgt de burger terug voor de betaling aan de provincie? Wij streven naar evenwicht tussen het ervaren van overheidsoptreden en de hoogte van het te betalen bedrag. In de Provinciewet staat dat provinciale opcenten tot een bepaalde limiet geheven mogen worden en dat leges maximaal kostendekkend mogen zijn. De opbrengsten van de heffingen zijn bij speciale wetten aan limieten gebonden.

Grondwateronttrekkingsheffing

Op grond van het bepaalde in artikel 13.4b van de Omgevingswet hebben Provinciale Staten een heffing ingesteld op het onttrekken van grondwater. De regels die de provincie hanteert bij de grondwateronttrekkingsheffing zijn neergelegd in de Belastingverordening provincie Drenthe. 

Op grond van het bepaalde in artikel 5.1 lid 2 onder d van de Omgevingswet in samenhang met de artikelen 16.3 en 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving is het verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten grondwater te onttrekken of water te infiltreren: 

  1. ten behoeve van industriële toepassingen, indien de te onttrekken hoeveelheid meer
    dan 150.000 m
    3 per jaar bedraagt; 
  2. ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening of een bodemenergiesysteem. 

De regels die de provincie hanteert voor bovengenoemde onttrekkingen zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening Drenthe. De bestedingsmogelijkheden voor de provincie van de grondwateronttrekkingsheffing zijn limitatief in de Omgevingswet opgenomen.  

Op grond van artikel 13.4b van de Omgevingswet kunnen onder de heffing worden gebracht de kosten die door de provincie zijn gemaakt voor:

  1. maatregelen die direct verband houden met het voorkomen en tegengaan van nadelige gevolgen van het onttrekken van grondwater en het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater,
  2. noodzakelijke onderzoeken voor het grondwaterbeleid en de vaststelling van schade als bedoeld in artikel 15.13, eerste lid, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 10.3, derde lid, van de Omgevingswet,
  3. het houden van een register met gegevens over het onttrekken van grondwater en het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater,
  4. de vergoeding van schade als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 15.1, eerste lid, onder f, van de Omgevingswet die voortvloeit uit het onttrekken van grondwater of het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, en waarvoor Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn.

Inkomsten  
De belasting wordt geheven naar de onttrokken hoeveelheid grondwater gemeten in kubieke meters. Indien op grond van de vergunningvoorschriften water wordt geïnfiltreerd, wordt op aanvraag van de belastingplichtige het aantal kubieke meters geïnfiltreerd water in mindering gebracht op de voor de belasting te hanteren onttrokken hoeveelheid grondwater. De hoogte van de heffing is vastgesteld door Provinciale Staten. De te betalen heffing mag naar beneden worden afgerond op hele euro’s. De belasting wordt verschuldigd op het moment waarop het grondwater wordt onttrokken en moet op aangifte worden voldaan. 

De hoogte van de heffing is vastgesteld door Provinciale Staten. Voor 2025 bedroeg het tarief € 1,115 (2024: € 1,115) per 100 m3 onttrokken hoeveelheid grondwater. De belasting wordt verschuldigd op het moment waarop het grondwater wordt onttrokken en moet op aangifte worden voldaan.  

In 2025 was een bedrag van € 800.000,-- begroot. De opbrengst van de aangiften grondwateronttrekkingsheffing is € 820.733,--.  

Kwijtscheldingsbeleid  
Bij invordering van de grondwateronttrekkingsheffing wordt geen kwijtschelding verleend. 

Heffing ontgrondingen

Op grond van artikel 13.4a van de Omgevingswet hebben Provinciale Staten een heffing ingesteld op het ontgronden van stoffen. De regels die de provincie hanteert bij de ontgrondingenheffing zijn vastgelegd in de Belastingverordening Drenthe 2025, de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. De bestedingsmogelijkheden voor de provincie van de ontgrondingenheffing zijn limitatief in de Omgevingswet opgenomen. 

Kosten die onder de heffing zijn gebracht  
Op grond van de Belastingverordening Drenthe wordt een heffing in rekening gebracht voor kosten met betrekking tot schadevergoedingen als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 15.1, eerste lid, van de Omgevingswet. Voor 2025 bedroeg het provinciale tarief daarvoor € 0,45 (2024: € 0,45) per 100 m3 hoeveelheid stoffen. 

Inkomsten  
De heffingsplicht rust op alle houders van vergunningen, behalve als het vergunningen betreft die gelden voor minder dan 10.000 m3 vaste stoffen. De heffingsplicht geldt evenmin op hoeveelheden ten aanzien waarvan eerder is geheven, tenzij en tot zover de heffing op grond van artikel 4.10 van de belastingverordening is teruggegeven. Deze vrijstelling geldt niet voor zover is geheven ten behoeve van een in artikel 4.1 van de Belastingverordening Drenthe 2025 bedoelde bestemming en nadien wordt geheven voor een andere in dat artikel bedoelde bestemming. De belastingschuld ontstaat op het tijdstip dat de vergunning is verleend en wordt door middel van een aanslag opgelegd. 
 
In 2025 was een bedrag van € 7.500,-- ontgrondingenheffingen begroot. Er is in totaal € 417,-- aan inkomsten gerealiseerd. 

Teruggaaf  
Indien een vergunning wordt vernietigd of ingetrokken dan wel gewijzigd, kan teruggaaf van de heffing plaatsvinden. Geen teruggaaf vindt plaats over de hoeveelheid stoffen die al is gewonnen. Teruggaaf blijft ook achterwege indien het bedrag dat moet worden teruggegeven minder bedraagt dan het in artikel 8.2, tweede lid, van het Omgevingsbesluit genoemde bedrag van € 250,--. 

Kwijtscheldingsbeleid  
Bij de invordering van de ontgrondingenheffing wordt geen kwijtschelding verleend. 

Leges

De provincie heft leges voor diensten die door of vanwege het provinciaal bestuur zijn geleverd. De aanvrager van de dienst, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend, is het legestarief verschuldigd. In de provinciale Belastingverordening zijn de tarieven opgenomen die verschuldigd zijn voor het in behandeling nemen van een te verlenen dienst.

Geraamde en gerealiseerde inkomsten
Voor 2025 waren de leges begroot op € 410.000,-- en is € 302.132,-- gerealiseerd. Dit is met inbegrip van de bouwleges, de leges voor milieubelastende activiteiten en de leges voor luchtvaart die rechtstreeks door de Omgevingsdienst Drenthe (OD) zijn ontvangen. Omdat de kosten voor de vergunningverlening door de OD worden gemaakt, verrekenen zij deze met de inkomsten. We volstaan met een regelmatige opgave van de OD over de hoogte van de ontvangen leges. De gemiddelde legesopbrengsten over de laatste 4 jaar waren € 362.095,--. De begrote leges vormen slechts een indicatie. De realisatie is afhankelijk van de werkelijke aanvragen.

Rubrieknummer

Begroot 2025

Realisatie 2025

Realisatie 2024

Realisatie 2023

Realisatie 2022

Gemiddelde laatste 4 jaar

1. Omgevingsvergunning

€ 225.000

€ 27.312

€ 126.131

€ 199.551

€ 197.089

€ 137.521

2. Natuur

€ 125.000

€ 131.819

€ 74.703

€ 189.039

€ 128.584

€ 131.036

3. Ontgrondingen

€ 30.000

€ 16.298

€ 38.498

€ 35.794

€ 21.409

€ 28.000

4. Wateronttrekking

€ 10.000

€ 0

€ 9.600

€ 0

€ 185

€ 2.446

5. Verkeer en vervoer RVV

€ 14.000

€ 28.543

€ 25.583

€ 25.453

€ 22.574

€ 25.538

5. Wegen Omg.verord. Drenthe

€ 5.000

€ 14.466

€ 13.304

€ 12.699

€ 10.137

€ 12.652

5. Vaarwegen Omg.verord. Drenthe

€ 1.000

€ 440

€ 277

€ 436

€ 436

€ 397

6 Diversen

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

€ 0

7. Luchtvaart

€ 0

€ 960

€ 0

€ 320

€ 480

€ 440

8. Milieubelastende activiteiten

€ 0

€ 82.294

€ 13.965

€ 0

€ 0

€ 24.065

€ 410.000

€ 302.132

€ 302.061

€ 463.292

€ 380.894

€ 362.095

Kostendekking leges

Op basis van artikel 225 van de Provinciewet mogen de leges maximaal kostendekkend zijn. Eventuele incidentele overschrijdingen kunnen tussen de in de verschillende rubrieken binnen de legesverordening gerealiseerde leges worden gecompenseerd (‘kruissubsidiëring’).

Leges algemene dienstverlening

lasten

baten

kostendekking

rubriek

1

Omgevingsvergunning

€ 27.312

€ 27.312

100,0%

rubriek

2

Wet Natuurbescherming

€ 324.222

€ 131.819

40,7%

rubriek

3

Ontgrondingen

€ 61.757

€ 16.298

26,4%

rubriek

4

Grondwater

€ 0

€ 0

0,0%

rubriek

5

Verkeer en vervoer/wegen/waterwegen

€ 109.285

€ 43.449

39,8%

rubriek

6

Diversen

€ 0

€ 0

0,0%

rubriek

7

Luchtvaart

€ 7.379

€ 960

13,0%

rubriek

8

Milieubelastende activiteiten

€ 215.232

€ 82.294

38,2%

Kostendekking leges

€ 745.187

€ 302.132

40,5%

Nazorgheffing stortplaatsen

De provincie is op grond van de Wet milieubeheer (Wm) verantwoordelijk voor de eeuwigdurende nazorg van stortplaatsen waar op of na 1 september 1996 nog afval is gestort. De provincie Drenthe draagt deze verantwoordelijkheid voor twee stortplaatsen. Dit zijn de stortplaatsen Meisner te Ubbena en Attero BV te Wijster.

Het doel van de nazorgregeling in de Wm is om zeker te stellen dat bestaande en nieuwe stortplaatsen, dat wil zeggen terreinen waar afvalstoffen worden gestort, ook na sluiting tot in lengte van jaren aan hetzelfde beschermingsniveau blijven voldoen, zodat zij geen risico voor verontreiniging van de bodem vormen. Ter bestrijding van deze kosten is een nazorgheffing ingesteld die wordt geheven bij de exploitanten van de operationele stortplaatsen. De opbrengst van de heffing wordt in het uitsluitend voor de financiering van de nazorg bestemde nazorgfonds gestort. Deze heffing is gebaseerd op het doelvermogen dat op grond van een door de exploitant ingediend nazorgplan wordt berekend. Beoordeling van nazorgplannen en berekening van het doelvermogen vindt plaats aan de hand van in IPO-verband opgestelde modellen en checklists.

Beleid  
Het provinciale beleid is erop gericht de heffing toereikend te laten zijn om de eeuwigdurende nazorg van gesloten stortplaatsen te bekostigen. Het tarief wordt via de Belastingverordening provincie Drenthe bepaald aan de hand van de vastgestelde jaarrekening van het Nazorg fonds gesloten stortplaatsen Provincie Drenthe (het nazorgfonds). 

Inkomsten  
In 2025 is aan Attero BV geen nazorgheffing opgelegd. Er is geen sprake van een nieuw nazorgplan dat hiertoe aanleiding gaf. Ook gaf de jaarrekening 2024 van het nazorgfonds geen reden tot het opleggen van een nazorgheffing. Dat kan volgens de raamovereenkomst tussen Attero en de provincie alleen indien het fondsvermogen per balansdatum 10% of meer afwijkt van de netto contante waarde van het doelvermogen per balansdatum. Dit was per 31 december 2024 niet het geval.
Als de jaarrekening 2025 van het nazorgfonds uitwijst dat het fondsvermogen per 31-12-2025 10% of meer afwijkt van de netto contante waarde van het doelvermogen, wordt over 2025, in 2026, een nazorgheffing opgelegd. Een heffing kan overigens ook negatief zijn en leiden tot een teruggaaf, als het in het nazorgfonds aanwezige vermogen in positieve zin 10% of meer afwijkt van de netto contante waarde van het doelvermogen.

De stortplaats Meisner is in 2013 gesloten en op 1 januari 2014 overgedragen aan de provincie. Nu de stortplaats is gesloten, kan geen heffing meer worden opgelegd. 

Kwijtscheldingsbeleid  
Bij de invordering van de heffing wordt geen kwijtschelding verleend. 

Opcenten motorrijtuigenbelasting

Op grond van artikel 222 van de Provinciewet worden provinciale opcenten geheven. De opcenten zijn een opslag op een andere belasting, namelijk de motorrijtuigenbelasting (MRB). Deze belasting wordt geïnd door de Rijksbelastingdienst. De opbrengst opcenten motorrijtuigenbelasting is qua omvang van de opbrengst de belangrijkste provinciale heffing. Deze belasting is voor de provincies een algemeen dekkingsmiddel. Het tarief is sinds 2016 bevroren op 92,0. In 2025 is er ten opzichte van de raming € 1.295.066,-- meer opbrengst gerealiseerd dan in de Begroting 2025 (na wijziging) was geraamd. Hieronder zijn raming en realisatie tegenover elkaar gezet:

€ 63.120.054

€ 64.415.120

€ 1.295.066

De raming in de Begroting 2025 ging uit van het ongewijzigde tarief van 92 opcenten en een ramingsmethodiek op basis van het gemiddelde autobestand en de samenstelling van het wagenpark per 1 januari 2025. Deze raming is tussentijds aangepast. In het voorjaar van 2025 is gebleken dat de Belastingdienst een fout heeft gemaakt bij de berekening van de afdracht van de opcenten op de Motorrijtuigenbelasting (MRB). Voor 2024 is hierdoor voor Drenthe een te hoge afdracht vastgesteld van in totaal € 1.879.946,--. Dit bedrag is verrekend met de opbrengst voor het jaar 2025. Voor de baten betekent dit dat de opbrengst in 2025 eenmalig met hetzelfde bedrag is verlaagd.

De uiteindelijke hogere opbrengst is te verklaren door een combinatie van factoren. Daarbij speelt onder meer de gebruikelijke correctie voor inflatie van de hoofdsom een rol, evenals ontwikkelingen in het wagenpark, zoals veranderingen in volume, gewichtsklassen en brandstoftypen.

Samenvatting

Voor 2025 bedroegen de lokale heffingen in totaal:

Belastingen

Opcenten

€ 64.415.120

Heffingen

Grondwater

€ 820.733

Nazorgheffing gesloten stortplaatsen

€ 0

Ontgrondingen

€ 417

Rechten

Leges

€ 302.132

Totaal

€ 65.538.402

Lokale lastendruk

Onder lokale lastendruk wordt verstaan hoe de lokale lastendruk zich verhoudt tot de landelijke lastendruk. Hierbij is voornamelijk de hoogte van de opcentenheffing motorrijtuigenbelasting van toepassing. Zoals eerder vermeld stelt het Rijk jaarlijks het maximale niveau van opcentenheffing vast.

Ontwikkeling opcenten motorrijtuigenbelasting in de jaren 2021-2025

2021

2022

2023

2024

2025

provincie Drenthe

92,0

92,0

92,0

92,0

92,0

landelijk gemiddelde

83,5

83,7

84,7

87,4

88,8

provincie Drenthe als % van landelijk gemiddelde

110,2

109,9

108,6

105,3

103,6

wettelijk maximum

116,8

118,3

125,8

138,4

139,9

provincie Drenthe als % van wettelijk maximum

78,8%

77,8%

73,1%

66,5%

65,8%

tekst

Overzicht tarieven opcenten op de MRB in 2025

Provincie

Tarief

Zuid-Holland

101,5

Fryslân

92,1

Drenthe

92,0

Gelderland

101,2

Groningen

95,7

Overijssel

82,2

Zeeland

84,4

Limburg

85,8

Flevoland

83,9

Noord-Brabant

84,9

Utrecht

84,2

Noord-Holland

77,4

Bron: CBS

Deze pagina is gebouwd op 04/21/2026 15:34:05 met de export van 04/21/2026 15:13:52