II Jaarrekening

II.4 Toelichting op de balans van 31 december 2025

Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en gelet op artikel 216 van de Provinciewet en de Financiële Verordening provincie Drenthe 2024, waarin Provinciale Staten op 12 februari 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie hebben vastgesteld (Statenstuk 2025-4).

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben, onverschillig of ze tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten worden daarbij verantwoord tot een brutobedrag. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht.

Vaste activa

Vaste activa zijn bedoeld om de uitoefening van de werkzaamheden van de provincie duurzaam te dienen.

Algemeen

Hieronder is bij diverse onderdelen van de vaste activa een toelichting gegeven. Alle bedragen in de tabellen van deze paragraaf zijn gedeeld door € 1.000,--.

Immateriële vaste activa

Het BBV kent drie soorten immateriële vaste activa:

  • de kosten die zijn verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;
  • de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
  • de bijdragen aan activa in eigendom van derden.

De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen van derden, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen
De notitie Materiële vaste activa (MVA) 2020 van de commissie BBV laat de keuze open om kosten van het sluiten van geldleningen wel of niet te activeren. Provincie Drenthe heeft ervoor gekozen om deze kosten niet te activeren maar rechtstreeks ten laste van het resultaat te brengen, omdat de kosten ten opzichte van de investeringsgrens van € 50.000,-- gering zijn.

Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor het realiseren van een bepaald actief
Het BBV stelt dat kosten voor onderzoek en ontwikkeling mogen worden geactiveerd. Provincie Drenthe heeft ervoor gekozen om kosten van onderzoek en ontwikkeling voor het realiseren van een bepaald actief niet te activeren. Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor het realiseren van een bepaald actief moeten niet verward worden met voorbereidingskosten uitvoeringsfase. Deze kosten behoren tot de vervaardigingskosten van het actief en worden daarom meegenomen in de investering en volgen daarmee de afschrijvingstermijn van de betreffende investering.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden
Deze kosten worden geactiveerd als aan de volgende vereisten is voldaan:

  • er is sprake van een investering door een derde.
  • de investering draagt bij aan de publieke taak.
  • de derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals is overeengekomen.
  • de bijdrage kan door de provincie worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.

Op de geactiveerde bijdragen aan activa in eigendom van derden wordt afgeschreven, waarbij de afschrijvingsduur maximaal gelijk is aan de verwachte gebruiksduur van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. Provincie Drenthe hanteert volgens de Nota Investeren, Activeren, Waarderen en Afschrijven 2024 een afschrijvingstermijn van maximaal 20 jaar

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

Be bijdragen in activa in eigendom van derden zijn als volgt te specificeren:

(x € 1.000,--)

Boekwaarde
1-1-2025

Inves- teringen

Desinves- teringen

Afschrij- vingen

Bijdragen van derden

Afwaar- deringen

Boek-
waarde 31-12-2025

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

7.897

539

273

8.162

Totaal

7.897

539

273

0

8.162

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Het BBV kent de volgende soorten materiële vaste activa:

  • investeringen met een economisch nut;
  • investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
  • investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut worden geactiveerd. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en over de gebruiksduur afgeschreven.

Met ingang van 1 januari 2015 geldt voor natuurruilgronden dat deze worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs of de lagere marktwaarde. De natuurruilgronden die onder de materiële vaste activa zijn verantwoord, betreffen gronden die tijdelijk in bezit van de provincie Drenthe zijn. Het grootste gedeelte van deze voorraad blijft gedurende een langere periode in bezit en wordt in de tussentijd beheerd (verpacht aan de boeren, ingericht als natuur).

De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

Ten aanzien van investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut geldt tot aan investeringsdatum 31 december 2016 dat eventuele bijdragen uit de reserves in mindering zijn gebracht op deze investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Ten aanzien van investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven, geldt dat vanuit de spaarcomponent van heffingen gevormde voorzieningen voor toekomstige vervangingsinvesteringen met economisch nut in mindering zijn gebracht op de in het boekjaar gepleegde investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing is geheven. Over het resterende bedrag wordt afgeschreven. De op de oorspronkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur) van de geactiveerde objecten en voorzieningen. De gehanteerde afschrijvingstermijnen kennen hun basis in de Financiële Verordening provincie Drenthe 2024 en de Nota Investeren, Waarderen, Activeren en Afschrijven 2024.

De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. Enkele oude investeringen worden nog annuïtair afgeschreven. Afschrijvingen geschieden daarnaast onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Met afschrijven wordt begonnen in het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het actief technisch en financieel gereed is gekomen / is verworven. Op grond wordt niet afgeschreven, tenzij de grond deel uitmaakt van een investering in de openbare ruimte met maatschappelijk nut.

Door wijziging in het BBV (Notitie Materiële vaste activa) mogen met ingang van 2018 de lonen die ingezet zijn voor investeringen, per saldo niet meer worden verantwoord als lasten in de exploitatie. Het gaat hierbij om de directe projectkosten. Die lonen worden ten laste gebracht van investeringsprojecten. Bij overhead heb je een keuzevrijheid. We hebben ervoor gekozen om de overheadkosten niet toe te rekenen aan investeringen.

Duurzame waardevermindering van vaste activa

Afwaardering van bedrijfseconomisch vastgoed vindt plaats indien de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde. Lagere taxatiewaarden dan de boekwaarden van onroerende zaken zijn hierbij als duurzame waardedaling in aanmerking genomen. Afwaardering van maatschappelijk vastgoed vindt plaats indien de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde en er ten opzichte van de huidige functie geen (bestuurlijke) intentie is voor duurzame exploitatie. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele baten in de jaarrekening verwerkt.

Buiten gebruik gestelde vaste activa

Indien een vast actief buiten gebruik is gesteld, heeft op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering van de boekwaarde plaatsgevonden naar de lagere restwaarde.

Afschrijvingen

De voornaamste investeringen met de afschrijvingstermijnen zijn hieronder weergegeven.

Investering

Afschrijvingstermijn (in jaren)

Gronden en terreinen

Gronden en terreinen

n.v.t.

Woonruimten

50

Gebouwen (grote verbouwing: aansluiten bij restant afschrijving)

50

Bouwkundige verduurzaamingsmaatregelen

30

Verbouwing/revitalisering/aanpassingen

20

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

Sluizen

80

Sluisdeur van composiet

n.v.t.

Sluisdeur van staal

80

Sluisdeur van hout

50

kunstwerk (viaduct, tunnels en duikers)

80

Bruggen (vast)

80

Bruggen (beweegbaar)

60

Voorzieningen bij waterwegen (o.a. steigers)

30

Remmingen en geleidewerken (hout) bij bruggen

50

Remmingen en geleidewerken (staal) bij bruggen

70

Bedieningspost t.b.v scheepvaart

8

Glasvezel t.b.v. bedienen op afstand

25

Overbescherming van beton

80

Overbescherming van hout

30

Overbescherming van staal

50

Waterkerende constructie (o.a. folieconstructie)

50

Aanleg wegen (wegen, rotondes, verkeersdrempels e.d.)

30

Fietspaden

30

machines, apparaten en installaties (per soort levensduur)

Machines, apparaten en installaties

30

Machines, apparaten en installaties

25

Machines, apparaten en installaties

20

Machines, apparaten en installaties

15

Machines, apparaten en installaties

10

vervoermiddelen

auto's

5

Overige materiële vaste activa

Losse inventaris (stoelen, bureau, kasten, etc)

10

Vaste inventaris (sanitair, keukeninrichting, etc)

10

Isolatieglas

20

Informatisering

Audio/videoapparatuur en telefooncentrale

5

Multimedia, beveiligscamera's

5

Hardware

4

Software

4

Smartphones

2

Immaterië vaste activa

Immateriële activa

5

Bijdragen aan activa in eigendom van derden (maximaal)

20

Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven omdat deze als waardevast worden beschouwd.
Voorstellen voor uitzonderingen op de bovenstaande afschrijvingstermijnen worden gemotiveerd aan Provinciale Staten voorgelegd.

Software wordt tegenwoordig veel in gebruik genomen in de vorm van een SaaS-oplossing. In dat geval is er geen sprake van het verkrijgen van een actief (een investering met economisch nut) omdat het bij SaaS gaat om dienstverlening in de vorm van een abonnement waarmee wordt ingelogd bij de dienstverlener. Deze dienstverlener heeft de activa zowel juridisch als economisch in bezit. Dit betekent dat ook de implementatiekosten behorende bij de implementatie van een SaaS-oplossing niet geactiveerd mogen worden. Er is geen sprake van een verkrijgingsprijs en daarom zijn de kosten ook niet als bijkomende kosten te kwalificeren.

De lasten samenhangend met de uitvoering van klein en groot onderhoud en het baggeren van watergangen zijn niet levensduur verlengend en zijn daarom niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie of de gevormde voorziening gebracht. Op alle kapitaalgoederen die gereed komen of verworven worden gedurende een boekjaar, worden in het jaar na gereedkomen de afschrijvingen berekend.

In erfpacht uitgegeven gronden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, waarbij de uitgifteprijs van eerste uitgifte (op basis van de benaderde marktgrondwaarde) geldt als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen (een zeer lage) registratiewaarde.

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de materiële vaste activa.

(x € 1.000,--)

Boekwaarde 01-01-2025

Inves- teringen

Desinves- teringen

Afschrij- vingen

Bijdragen van derden

Afwaar- deringen

Boekwaarde 31-12-2025

Investeringen met economisch nut

Gronden en terreinen

134.085

40.694

5.322

7.416

162.041

Machines, apparaten en installaties

3.406

1.027

1.299

3.135

Totaal

137.491

41.721

5.322

1.299

0

7.416

165.176

(x € 1.000,--)

Boek-
waarde
1-1-2025

Inves- teringen

Desinves- teringen

Afschrij- vingen

Bijdragen van derden

Afwaar- deringen

Boek-
waarde
31-12-2025

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut vanaf 1-1-2017 (“nieuwe” wetgeving)

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

36.213

20.248

272

6.950

49.240

Bedrijfsgebouwen

5.764

215

46

5.933

Machines, apparaten en installaties

3.744

877

59

4.561

Totaal

45.721

21.340

0

377

6.950

0

59.734

(x € 1.000,--)

Boek-
waarde
1-1-2025

Invest- eringen

Desinves- teringen

Afschrij- vingen

Bijdragen van derden

Afwaard- eringen

Boek-
waarde
31-12-2025

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut tot 1-1-2017 (“oude” wetgeving)

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

116.716

6.338

1.701

-198

121.551

Bedrijfsgebouwen

16.545

760

15.785

Machines, apparaten en installaties

1.310

727

584

Totaal

134.571

6.338

0

3.188

-198

0

137.920

Totaal investeringen met maatschappelijk nut

180.293

27.678

0

3.565

6.752

0

197.653

Investeringen met economisch nut
Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.

Investeringen met maatschappelijk nut voor en vanaf 2017
Vanaf 1 januari 2017 is de keuzemogelijkheid ten aanzien van het wel of niet activeren van investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut vervallen. Vanaf 1 januari 2017 dienen alle investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut geactiveerd te worden en over de gebruiksduur te worden afgeschreven. Deze investeringen mogen niet meer rechtstreeks worden verrekend met reserves. Bij de provincie Drenthe activeerden we ook voor 2017 al deze investeringen, maar volgens de BBV-voorschriften dienen we de splitsing vanaf 2017 apart zichtbaar te maken bij de toelichting op de balans.

Desinvesteringen
In 2025 hadden de enige desinvesteringen betrekking op de verkoop van ruilgronden. Dit betrof een bedrag van € 5,3 miljoen.

Afwaarderingen
Bij de gronden heeft op basis van een uitgevoerde taxatie een afwaardering plaatsgevonden van de gebouwen die op de gronden staan. Dit betrof een bedrag van € 7,4 miljoen.

Verloop investeringen
De boekwaarde van de materiële vaste activa is ten opzichte van 31 december 2025 toegenomen met € 45 miljoen. De loontoerekening van eigen personeel aan investeringsprojecten bedroeg € 1,6 miljoen in 2025. De boekwaarde van de ruilgronden is gestegen met € 27,9 miljoen en die van grond-, weg- en waterbouwkundige werken met € 17,9 miljoen. De boekwaarde van de investeringen in bedrijfsgebouwen is gedaald met € 0,6 miljoen en die van machines, apparaten en installaties is gedaald met € 0,2 miljoen.

Verder verwijzen we naar paragraaf III.1.1 Investeringen voor een specificatie van de investeringen en de bijbehorende kredieten.

De provincie Drenthe kent geen investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Onder de categorie gronden en terreinen is het, in het kader van het natuurpact voor nul euro, overgedragen voormalig rijksbezit van Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) verantwoord: de nieuwe verwerving van ruil- en natuurgronden (terreinen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN)) minus de verkochte ruilgronden en terreinen binnen het NNN aan terreinbeheerders en/of particulieren. De boekwaarde van de gronden bedraagt op 31 december 2025 € 162 miljoen. Wij verwijzen u verder naar de paragraaf Grondbeleid voor een nadere toelichting op deze grondpositie.

Financiële vaste activa

Het BBV kent de volgende soorten financiële vaste activa:

  • kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen;
  • leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen;
  • overige langlopende leningen;
  • uitzettingen in ‘s Rijks schatkist met rentetypische looptijd van één jaar of langer;
  • uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
  • overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten), verminderd met de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Waar nodig is een voorziening gevormd voor verwachte oninbaarheid of incourantheid van de verstrekte lening. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de marktwaarde van de aandelen daalt tot onder de verkrijgingsprijs, vindt afwaardering naar deze lagere marktwaarde plaats.

Onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de financiële vaste activa.

(x € 1.000,--)

Boekwaarde 1-1-2025

Inves- teringen

Desinves- teringen

Afschrij- vingen/ aflossingen

Waardever-mindering

Boekwaarde 31-12-2025

Kapitaalverstrekkingen aan:

- deelnemingen

32.742

289

32.453

Totaal kapitaalverstrekkingen

32.742

289

32.453

(x € 1.000,--)

Boekwaarde 1-1-2025

Inves- teringen

Desinves- teringen

Afschrij- vingen/ aflossingen

Waardever-mindering

Boekwaarde 31-12-2025

Leningen aan:

- openbare lichamen

- deelnemingen

20.769

20.769

- Overige langlopende leningen

79.036

4.502

3.198

35

80.304

- Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

0

0

Totaal overige langlopende leningen/Obligaties

99.805

4.502

3.198

35

101.073

Kapitaalverstrekkingen en deelnemingen

De provincie Drenthe bezit belangen in diverse instellingen. Deze effecten zijn bestemd om duurzaam ten dienste van de eigen bedrijfsuitoefening te staan. De volgende belangen zijn per 31 december 2025 in het bezit van provincie Drenthe.

Specificatie deelnemingen

(Bedragen: x € 1.000,--)

Aantal
aandelen

Intrinsieke waarde

Boekwaarde per 31-12-2024

Stille reserve

Nominale waarde

BNG Bank NV

87.750

7.527

199

7.328

219

Groningen Airport Eelde

2.760

2.693

0

2.693

1.242

Nederlandse Waterschapsbank NV

40

1.412

4

1.407

5

Enexis Holding NV

3.549.845

131.339

4.323

127.016

3.550

N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland

19.062

-

27.808

-

8.650

WMD Drinkwater NV

973

29.996

18

29.978

49

Drentse Holding BV (MKB Fonds Drenthe)

100

5.026

100

4.926

100

Totaal

177.992

32.453

173.347

13.815

De dividendopbrengsten moeten worden verantwoord in het jaar waarin het recht op het ontvangen van dividend ontstaat. Omdat de algemene vergadering van aandeelhouders pas in het jaar t+1 beslist over het dividend over het boekjaar t, wordt het toegekende dividend verantwoord in de jaarrekening van het jaar t+1. Op basis hiervan is het dividend over boekjaar 2024 opgenomen, dat in 2025 is toegekend (en ontvangen). De aandelen zijn op de balans opgenomen tegen de verkrijgingsprijs. Bij Groningen Airport Eelde is er geen boekwaarde. Om inzicht te geven in een reëlere waarde is tevens de stille reserve die in de waarde van de aandelen verscholen zit, aangegeven. Deze waarde is berekend door rekening te houden met de intrinsieke waarde van de deelnemingen en de verhouding van het aandelenbezit van de provincie ten opzichte van de andere aandeelhouders.

De aandeelhouders van CSV Amsterdam BV hebben op 17 april 2025 het besluit genomen om de vennootschap op te heffen en de resterende liquide middelen in CSV van afgerond € 8,35 mln. uit te keren aan de aandeelhouders naar rato van het aandelenbelang. Met de afwikkeling van de gerechtelijke procedure tegen de Belastingdienst waren namelijk alle statutaire doelen van CSV voltooid en kon de vennootschap worden ontbonden.

Aandelen NOM

Op grond van de (concept)jaarcijfers 2025 van N.V. NOM blijkt als gevolg van een lagere waardering van de portefeuille van deelnemingen/participaties van de NOM, dat de marktwaarde van het aandeel van de provincie in de NOM ultimo 2025 lager is dan de oorspronkelijke verkrijgingsprijs/agiostorting (€ 28,1 miljoen). Hiervoor is eerder getroffen voorziening vanwege de lagere marktwaarde met een bedrag van € 289.260,-- aangevuld ten laste van de Risicoreserve. Het saldo van deze voorziening bedraagt ultimo 2025 € 289.260,--.

De door de provincie verstrekte geldleningen aan deelnemingen zijn als volgt te specificeren.

Specificatie leningen aan deelnemingen

(x € 1.000,--)

Stand
1 januari
2025

Verstrekte leningen

Aflossing

Stand
31 december
2025

Rente

WMD Drinkwater N.V.

6.000

0

0

6.000

2,25%

Enexis Holding N.V. (tranche A)

11.858

0

0

11.858

2,15%

Enexis Holding N.V. (tranche B)

412

0

0

412

1,40%

Drentse Holding B.V. *

2.500

0

0

2.500

0,00%

Totaal

20.769

0

0

20.769

* De lening bedraagt € 10 miljoen. De eerste tranche is in december 2024 opgenomen.

Overige langlopende leningen en uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

De door de provincie verstrekte overige langlopende geldleningen zijn als volgt te specificeren.

Specificatie verstrekte leningen

(x € 1.000,--)

Stand 1 januari 2025

Verstrekte leningen

Aflossing

Afwaardering

Omzetting

Stand 31 december 2025

Rente

Hypotheken ambtenaren

1.436

338

1.098

Coöperatie "Agrarische Natuur Drenthe" U.A.

250

50

200

0,00%

Coöperatie Kredietunie Drenthe-Overijssel U.A.

35

35

0

3,00%

Glasvezel De Wolden B.V. (lening 1)

7.313

450

6.863

0,80%

Glasvezel De Wolden B.V. (lening 2)

928

57

871

1,42%

Glasvezel Zuidenveld B.V.

4.993

280

4.713

0,65%

RE-NET Hoogeveen B.V.

3.000

3.000

0,82%

Stichting Drentse Energie Organisatie (Energiefonds Drenthe) - lening 1

39.200

39.200

0,00%

Stichting Drentse Energie Organisatie (Energiefonds Drenthe) - lening 2

1.000

1.000

2,00%

Stichting Drentse Energie Organisatie (Energiefonds Drenthe) - lening 3

2.000

2.000

4.000

0,00%

Stichting Groenfonds (Ontwikkelfonds Energiecoöperaties)

1.200

1.200

0,00%

Stichting Maatschappij van Weldadigheid

523

48

475

2,00%

Stichting Valthermond.NU

100

100

0

0,00%

Stichting Van Gogh en Drenthe

55

18

37

0,00%

Vekoglas B.V.

97

10

87

0,67%

Vereniging CPO Gees - Klimopschool

3

3

0

0,00%

CPO Buddingewold

0

28

28

0,00%

CPO Daler Starters

0

50

50

0,00%

Nationaal Restauratiefonds

7.690

1.848

540

8.998

1,50%

Stichting RTV Drenthe

1.293

215

1.078

0,75%

Verwijdering asbestdaken Drenthe

5.706

529

423

5.812

Maatwerklening asbestregeling

701

69

632

Verzilverlening asbestregeling

162

47

57

152

Zonneleningen (via SVn)

1.352

541

811

79.036

4.502

3.198

35

0

80.304

Vlottende activa
Hieronder wordt bij de diverse onderdelen van de vlottende activa een toelichting gegeven.

Voorraden

(x € 1.000,--)

Boekwaarde

Boekwaarde

31-12-2025

31-12-2024

Onderhanden werk voor derden

-

-

Gereed product en handelsgoederen

395

807

Voorraad VVV-bonnen

3

3

Totaal voorraden

398

810

De voorraden zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs.

Gereed product en handelsgoederen
Volgens de BBV-voorschriften moeten gebouwen die in de verkoop staan onder de voorraden worden verantwoord. In 2022 is Huize Tetrode in de verkoop gezet. Dit pand is in 2025 verkocht.
Deze balanspost bevat nu alleen nog een perceel in Dalen, dat tijdelijk is aangekocht als opslag van zandwinning voor investeringen in wegen. Hiervoor is een nieuwe taxatie gedaan in 2025, waarbij de taxatiewaarde hoger is dan de boekwaarde.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening gevormd. Deze voorziening wordt statisch bepaald. De post Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar wordt onderscheiden in:

De post uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar wordt onderscheiden in:

(x € 1.000,--)

Stand 31 december 2025

Voorziening oninbaarheid

Boekwaarde 31 December 2025

Stand 31 december 2024

Vorderingen op openbare lichamen

8.174

8.174

29.292

Overige vorderingen

913

179

734

1.387

Kasgeldleningen aan openbare lichamen

65.000

65.000

0

Rekening-courantverhoudingen met het Rijk

301.812

301.812

381.762

Rekening-courantverhoudingen overige niet-financiële instellingen

37.904

37.904

15.250

Totaal

413.802

179

413.624

427.691

Specificatie kasgeldleningen aan openbare lichamen

(x € 1.000,--)

Stand
1 januari
2025

Verstrekte leningen

Aflossing

Stand
31 december
2025

Gemeente Apeldoorn

0

10.000

10.000

Gemeente Zaanstad

0

10.000

10.000

Gemeente Ridderkerk

0

15.000

15.000

Gemeente Tilburg

0

10.000

10.000

Gemeente Leiden

0

20.000

20.000

Totaal

0

65.000

0

65.000

Rekening-courantverhoudingen met het Rijk
Het saldo dat in 's Rijks schatkist wordt aangehouden (verplicht schatkistbankieren) is in 2025 gedaald met € 80 miljoen. De daling is fors lager dan begroot. Een nadere toelichting staat in paragraaf 2.4 Financiering.

Vorderingen op openbare lichamen
Deze balanspost is gedaald met 21 miljoen. Dit komt dat vorig jaar een grote vordering op de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) nog niet was ontvangen.

Rekening-courantverhoudingen overige niet-financiële instellingen
Dit zijn de middelen die Prolander (Drenthe-gelden) aanhoudt bij het Schatkistbankieren en de middelen van de provincie Drenthe die zijn uitgezet bij het Nationaal Restauratiefonds (NRF), Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) en het Nationaal Groenfonds. De reden dat die middelen hier gepresenteerd worden, is dat de directe opeisbaarheid langer duurt dan bij liquide middelen.
De stijging van € 22,6 miljoen komt voornamelijk doordat de rekening-courantverhouding met Prolander is gestegen met € 23,6 miljoen.

Schatkistbankieren
Drempelbedrag

De overtollige liquide middelen die niet voor de uitoefening van de publieke taak ingezet worden, moeten conform de Wet fido aangehouden worden bij het Rijk (verplicht schatkistbankieren). Er zijn echter enkele uitzonderingen. Eén daarvan is het drempelbedrag. Het drempelbedrag is het maximale bedrag dat over een heel kwartaal gezien gemiddeld op dagbasis buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft elke dag naar de schatkist te worden overgeboekt. Alleen de middelen die het drempelbedrag te boven gaan moeten in de schatkist worden aangehouden. Het drempelbedrag voor de provincie Drenthe bedroeg in 2025 circa € 9,1 miljoen.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren

De berekening van de benutting van het drempelbedrag is in onderstaande tabel weergegeven. Hieruit blijkt dat in 2025 het drempelbedrag niet is overschreden.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren

(x € 1.000,--)

Verslagjaar

(1)

Drempelbedrag

9.095

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen

0

2

3

2

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

9.094

9.093

9.092

9.092

(3b) = (2) < (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

-

-

-

-

(1) Berekening drempelbedrag

(x € 1.000,--)

Verslagjaar

(4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

454.729

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan 500 miljoen

454.729

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de 500 miljoen te boven gaat

0

(1) = (4b) * 2% +
(4c) * 0,2%, met een minimum van € 1.000.000,--

Drempelbedrag

9.095

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen

(x € 1.000,--)

Verslagjaar

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(5a)

Som van de per dag buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

15

148

233

210

(5b)

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

(2) = (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen

0

2

3

2

Liquide middelen

Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Alle bankrekeningen staan volledig ter beschikking van de provincie. Omdat de provincie het geld verplicht moet stallen bij het Rijk, staat het grootste saldo van de eigen middelen bij uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar (onder de post rekening-courantverhoudingen met het rijk). De middelen van de provincie Drenthe die zijn uitgezet bij het Nationaal Restauratiefonds (NRF), Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) en het Nationaal Groenfonds staan onder de post Rekening-courantverhoudingen overige niet-financiële instellingen.

(x € 1.000,--)

Boekwaarde 31 december 2025

Boekwaarde 31 december 2024

Banksaldi

ABN-AMRO

0

0

ING Zakelijke rekeningen

2

0

Totaal liquide middelen

2

0

Overlopende activa

De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De in de balans opgenomen nog te ontvangen voorschotbedragen, die ontstaan zijn door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, kunnen als volgt worden gespecificeerd.

De post overlopende activa wordt onderscheiden in:

(x € 1.000,--)

Saldo
31 december 2025

Saldo
31 december 2024

De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van:

Europese overheidslichamen

0

0

Het Rijk

52

0

Gemeenten

93

112

Provincies

978

2.000

Overige Nederlandse overheidslichamen

681

440

Totaal voorschotbedragen

1.804

2.552

Overige nog te ontvangen bedragen

29.963

27.564

Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

57.811

39.066

Totaal overlopende activa

89.578

69.182

* miv 1-1-2025 moet de post overige overheden verder gesplitst worden.

Daarom zijn de cijfers per 31-12-2024 hierop aangepast voor de vergelijkbaarheid.

Overige nog te ontvangen bedragen
De overige nog te ontvangen bedragen bestaan uit de vordering op het Btw compensatiefonds van € 23,8 miljoen. Daarnaast moet er nog € 3,6 miljoen via Prolander ontvangen worden bij de afhandeling ruilplan WILG Nieuw Schoonebeek. Ook ontvangen we nog rente van het 4e kwartaal Rijksschatkistbankieren van 1,7 miljoen. De rest van de vorderingen bedraagt € 0,9 miljoen.

Vooruitbetaalde bedragen
De vooruitbetaalde bedragen (€ 57,8 miljoen) bestaan voor € 6,6 miljoen uit vooruitbetaalde voorschotten subsidieregelingen die het SNN voor ons uitvoert. Daarnaast is in verband met de regelgeving lastneming subsidies een bedrag van € 32,1 miljoen als vooruitbetaald verantwoord. Dit geld is al als voorschot betaald, maar de last moet meerjarig worden genomen op basis van jaarlijkse verantwoording door de subsidienemers.
Ook zijn er voor specifieke uitkeringen € 12,6 miljoen aan kosten gemaakt. De last mag echter pas worden genomen, zodra dit in de sisa verantwoording is opgenomen bij de betrokken overheden.
Tenslotte zijn er vooruitbetalingen gedaan van facturen en subsidies 2026 voor een bedrag van € 6,5 miljoen.

Hieronder wordt de voorgeschreven specificatie gegeven van de voorschotbedragen van voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel.

(x € 1.000,--)

Saldo
1 januari 2025

Toevoegingen

Ontvangen bedragen

Saldo
31 december 2025

Het Rijk

E125 SPUK Aanpassingen HSWI Coevorden-Bad Bentheim

0

52

52

0

52

0

52

Gemeenten

Bodemsaneringen

11

82

93

Gezamenlijke beschikkingen projectsubsidies (deel gemeente Emmen)

60

60

0

Provinciaal Werkgelegenheidsregister met gemeenten

41

41

0

112

82

101

93

Provincies

Fysieke investeringen voor industriële verwerking van agrarische producten provincie Groningen (Trappenhuis)

224

-224

0

POP3 samenwerken voor innovatie provincie Groningen

1.776

-1.367

409

GRO6C Regio Deal Natuur Inclusieve Landouw Noord Nederland

0

569

569

2.000

-1.022

0

978

Overige Nederlandse overheidslichamen

Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (deel waterschap)

410

410

Bodemsaneringen

0

271

271

SNN regeling Isoleerprogramma Drenthe

31

-31

0

441

240

0

681

Totaal van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

2.552

-648

100

1.804

Vaste passiva

Algemeen

Hieronder is bij de diverse onderdelen van de vaste passiva een toelichting gegeven. De vaste passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij bij het betreffende balanshoofd anders staat vermeld. Alle bedragen in de tabellen van deze paragraaf zijn gedeeld door € 1.000,--.

Eigen vermogen

(x € 1.000,--)

Boekwaarde

Boekwaarde

31 december 2025

31 december 2024

Reserves, gespecificeerd naar:

– algemene reserve

88.639

43.885

– bestemmingsreserve

331.179

375.146

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

32.834

33.151

Totaal eigen vermogen

452.651

452.182

In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is de verantwoordelijkheid van Provinciale Staten. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra Provinciale Staten aan een reserve een bepaalde bestemming hebben gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Zowel reserves als voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Een gedetailleerd overzicht van alle reserves is opgenomen aan het eind van deze paragraaf. Voor de aard en reden van elke reserve en de toelichting op de toevoegingen en onttrekkingen verwijzen we verderop in deze paragraaf.

Voorzieningen

Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van de provincie. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Voorzieningen worden gewaardeerd op de contante waarde/het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden gevormd indien er sprake is van:

  • verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is te schatten;
  • op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
  • kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;
  • bijdragen (spaarcomponent) aan toekomstige vervangingsinvesteringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing wordt geheven;
  • middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. Aan voorzieningen ter egalisatie van (onderhouds)lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag. Uitgevoerd achterstallig

Onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd In de toelichting op de balans is een overzicht opgenomen van het verloop van de voorzieningen per categorie en is bij elke voorziening een specificatie opgenomen met o.a. een toelichting op de reden waarom een voorziening is ingesteld, de bestedingen t.l.v. de voorziening, etc.

Vlottende passiva

Algemeen

Hieronder is bij de diverse onderdelen van de vlottende passiva een toelichting gegeven. De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij bij het betreffende balanshoofd anders staat vermeld. Alle bedragen in de tabellen van deze paragraaf zijn gedeeld door € 1.000,--.

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen
nominale waarde.

(x € 1.000,--)

Boekwaarde 31-12-2025

Boekwaarde 31-12-2024

Ontwikkeling

Overige schulden

15.486

18.779

-3.293

Rekening-courantsaldi

9.790

10.053

-263

Totaal

25.276

28.832

-3.556

Overige schulden
De overige schulden en rekening-courantsaldi zijn met € 3,6 miljoen afgenomen. Dit komt voornamelijk door de post crediteuren die met € 3,3 miljoen lager is in 2025 doordat eind december minder grote facturen nog open stonden.

Rekening-courantsaldi
De saldi van diverse rekeningen-courant hebben voornamelijk betrekking op Europese of regionale projecten, waarvoor de provincie de administratie voert. Er staat eind 2025 een saldo van € 9,7 miljoen als schuld open (nog besteding van ontvangen bedragen). Dit is een kleine afname ten opzichte van 2024. De posten met het grootste saldo betreffen de rekeningen-couranten Aandeelhouders NOM. Het gaat hierom een bedrag van € 4,3 miljoen. Dit betreft het saldo van de zogenaamde “terugploegkorting”, dat bedongen is bij de aankoop van de aandelen van de NOM. Dat bedrag zal door de aandeelhouders van de NOM worden besteed ter stimulering van het (innovatieve) MKB in Noord-Nederland en staat bij de provincie tijdelijk op de rekening.

(x € 1.000,--)

Boekwaarde 31-12-2025

Boekwaarde 31-12-2024

Ontwikkeling

Aandeelhouders NOM

396

396

0

Aandeelhouders NOM (terugploegkorting gezamenlijk)

307

356

-49

Aandeelhouders NOM (terugploegkorting Groningen)

0

0

0

Aandeelhouders NOM (terugploegkorting Friesland)

25

25

0

Aandeelhouders NOM (terugploegkorting Drenthe)

3.600

3.600

0

Totaal

4.327

4.377

-49

Overlopende passiva

(x € 1.000,--)

Saldo
31 december 2025

Saldo
31 december 2024

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

58.747

53.098

De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, ontvangen van:

Europese overheidslichamen

0

29

Het Rijk

407.601

361.263

Gemeenten

13.001

12.149

Provincies

6.937

8.412

Overige Nederlandse overheidslichamen

4.339

5.979

Totaal voorschotbedragen

431.877

387.832

Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

11.586

8.573

Totaal overlopende passiva

502.211

449.504

* miv 1-1-2025 moet de post overige overheden verder gesplitst worden.

Daarom zijn de cijfers per 31-12-2024 hierop aangepast voor de vergelijkbaarheid.

Verplichtingen
De provincie heeft nog € 58,7 miljoen aan verplichtingen op de balans staan. Vorig jaar was het saldo € 53,1 miljoen. Dat is stijging van € 5,6 miljoen. Van de reguliere jaarlijkse verplichtingen zijn er € 14,5 miljoen afgewikkeld in 2025 en zijn er € 17,4 miljoen bijgekomen. Dit is een mutatie van € 2,9 miljoen. De overige stijging van € 2,7 miljoen heeft vooral te maken met hogere nagekomen verplichtingen in 2025 en vrijval RVO verplichtingen.

Hieronder staat een specificatie van de voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, ontvangen van:

(x € 1.000,--)

Saldo
1 januari 2025

Ontvangen bedragen

Vrijgevallen bedragen

Terug- betalingen

Saldo
31 december 2025

Europese overheidslichamen

European Circular Innovation Valley

29

29

0

Het Rijk

Bodemsaneringen

497

81

416

Kennisbudget Uitvoeringsprogramma Bodem en Onderhoud

30

30

E12 SPUK bermmaatregelen N-wegen

421

421

E17 SPUK Maas pilots

139

97

42

0

L7 SPUK Regeling specifieke uitkering IBP-Vitaal Platteland

70

70

E58 SPUK Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem overbruggingsjaar 2021

897

205

692

E20 SPUK Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020-2021

4.312

4.312

E56 SPUK Tijdelijke stimuleringsregeling doelmatig en duurzaam gebruik verkeersinfrastructuur 2021

47

47

L8 SPUK Regeling specifieke uitkeringen opkoop veehouderijen in verband met stikstofdepositie op natuurgebieden

20.254

17.213

3.041

L16 SPUK Eenmalige specifieke uitkering Provinciaal Uitvoeringsprogramma Natuur

22.461

22.034

427

J86 SPUK Maatschappelijk vastgoed

1.360

391

969

L25 SPUK versnellingsvoorstellen transitie landelijk gebied

39.387

-4.923

44.310

E44 SPUK Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie, werkregio Fluvius

3.950

368

3.582

E83 SPUK Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodemopgaven 2022

492

6

486

E84 SPUK Rotonde BuBeKo (stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2022/2023)

294

294

E87 Toekenningsbeschikking Tijdelijke regeling stimuleren maatregelen 2e fase Deltaprogramma

5.394

2.586

1.552

6.428

J96 SPUK Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II

28.824

2.344

26.480

J103 SPUK opstellen en uitvoeren van woondeals tweede tranche

76

76

0

J117 SPUK versnelling natuurinclusief isoleren

3.460

146

3.314

L20 SPUK aanvullende aanpak nitraatuitspoeling uit agrarische bedrijfsvoering in specifieke grondwaterbeschermingsgebieden provincie Drenthe

69

69

0

E97 SPUK bodem 2023

217

217

0

L27 SPUK provinciale maatregelen PAS-melders

3.166

6

3.160

L31 SPUK uitvoering BO nitraat

217

79

242

54

K28 Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid

2.844

3.096

798

5.142

J95 SPUK regionale structuur Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie

213

300

187

326

L32 SPUK Regeling uitvoering aanpak piekbelasting

927

635

1.562

L33 Specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase

47.496

9.085

4.693

51.888

L35 Gebiedsprocessen en maatregelen Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied

160.704

55.530

7.908

208.326

L37 SPUK Pas-melders (RPMP2024)

7.810

7.613

15.423

Kansrijk Noord ESF+

500

500

E103 Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur 2023-2027

22

88

110

E111 Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverheden

6

104

110

0

E113 SPUK Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024

1.036

1.317

178

2.176

J118 Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen en bedrijventerreinen aan provincies.

2.124

497

1.627

J5 Regeling specifieke uitkering ten behoeve van het opstellen en uitvoeren van woondeals derde tranche

584

584

J6 Flexibele inzet ondersteuning woningbouw (vierde tranche)

896

75

821

C130 Compensatie VS Woo

68

68

L36 SPUK MGB

0

11.187

11.187

E120 Stimulering verkeersmaatregelen 2025-2028

0

878

139

739

E103 SPUK Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur 2023–2027

0

8.000

8.000

K43 SPUK Naderingsdetectie Windturbines

0

225

225

J18 SUK NPLW Isolatie

0

364

364

E125 SPUK Aanpassingen HSWI Coevorden-Bad Bentheim

0

1.280

1.280

0

361.264

102.367

38.707

17.324

407.601

Gemeenten

Regiodeal Zuid- en Oost Drenthe I

1.382

1.182

201

Regiodeal Zuid- en Oost Drenthe II

2.664

3.040

950

4.754

Bodemsaneringen

681

681

E106B Regionale Aanpak Laadinfrastructuur

57

57

MIRT onderzoek Nedersaksenlijn

250

128

122

Vooruitontvangen bijdragen derden investeringsprojecten (i.v.m. matching)

6.479

140

6.339

Diverse bijdragen gemeenten/provincies projecten

637

847

637

847

12.149

3.887

3.037

0

13.001

Provincies

E87B SPUK tweede fase Deltaprogramma zoetwater

3.539

250

3.289

E106B Regionale Aanpak Laadinfrastructuur

970

851

1.821

GRO2C SPUK HUB Verkeer en vervoer Groningen

165

124

41

MIRT onderzoek Nedersaksenlijn

106

27

79

Prov Groningen "Gelijkwaardige positie" m.b.t. o.a. vergoeding aan deelnemende agrariërs aan overlegtafels"

2.625

1.600

1.025

GRO6C Regio Deal Natuur Inclusieve Landouw Noord Nederland

1.007

1.007

0

E44B Tijdelijke impulsregeling Klimaatadaptie

0

583

583

AgroAgenda

0

99

99

8.412

1.533

3.008

0

6.937

Overige Nederlandse overheidslichamen

E28b Regionaal Mobiliteitsfonds RSP

4.388

1.579

2.808

Regiovisie Groningen-Assen

414

252

162

SNN subsidie Bedrijvenregeling

214

214

0

SNN subsidieregeling Vierkant voor werk/Dutch Techzone

757

10

767

E17 SPUK Maas pilots (correctie)

56

56

0

Deltaplan Agrarische Waterbeheer (DAW) - geen spuk

55

55

Vooruitontvangen bijdragen derden investeringsprojecten (i.v.m. matching)

96

451

547

5.979

461

2.101

0

4.339

Totaal van de van EU en NL overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

387.833

108.248

46.882

17.324

431.877

Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen

Recht op verliescompensatie in het kader van de vennootschapsbelasting

Op dit moment is bij de provincie Drenthe nog steeds geen sprake van belastbare activiteiten in het kader van de vennootschapsbelasting. Dit betekent dat geen sprake is van recht op verliescompensatie in het kader van vennootschapsbelasting.

Er zijn op dit moment geen borgstellingen aan natuurlijke personen verstrekt.

Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de provincie voor toekomstige jaren is verbonden

Niet uit de balans blijkende verplichtingen (NUBBV)
Op grond van artikel 53 van het BBV worden in de toelichting bij de balans opgenomen de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de provincie voor toekomstige jaren is gebonden. Het gaat hierbij om overeenkomsten die in het contractenregister zijn opgenomen voor € 6,8 miljoen. Op 31 december 2025 zijn er nog meerjarige verplichtingen voor opdrachten en subsidies in de administratie vastgelegd van € 169,4 miljoen voor de jaren 2026 tot en met 2042. Dit bestaat uit € 35,2 miljoen aan opdrachten goederen en diensten (waarvan die € 6,8 miljoen overeenkomsten onderdeel van uitmaken, en ook de meerjarige investeringen van 7,7 miljoen) en € 136,2 miljoen aan meerjarige subsidies. Dit bestaat onder andere uit € 46 miljoen lastneming subsidies die voor toekomstige jaren in de reserve verstrekte subsidies is opgenomen. Verder zijn 57 miljoen meerjarige subsidies die het RVO op 1 januari 2025 heeft overgezet naar de provincie.

Overeenkomsten

Niet in de balans opgenomen belangrijke jaarlijkse financiële verplichtingen waaraan de provincie voor toekomstige jaren is verbonden (bedragen x € 1.000,--)

Beveiliging, receptie en telefonie

434

Catering

127

Multifunctionals

42

Schoonmaak

397

Autolease

710

Verzekeringen

188

Accountantskosten

270

Elektriciteit en water

421

Onderhoud hard- en software

4.221

Totaal

6.811

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen

Bestuursakkoord Natuur

In de periode vóór het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) 2007–2013 zijn door de Dienst Regelingen, nu de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), verplichtingen aangegaan. Deze verplichtingen betroffen particulieren en terrein beherende organisaties voor de inrichting en het beheer van nieuwe natuur. Daarnaast zijn verplichtingen aangegaan voor functieverandering, zodat agrarische grond kon worden omgezet naar natuur.

Na afronding van het ILG en het sluiten van het Bestuursakkoord Natuur zijn deze verplichtingen per 1 januari 2025 overgedragen aan de provincies. Dit betekent dat de provincie verantwoordelijk is voor de verdere financiering van de door RVO aangegane verplichtingen. Deze verantwoordelijkheid ligt daarmee niet langer bij het Rijk.

De ANLB verplichtingen zijn niet overgedragen. De hoogte van deze verplichtingen zijn hieronder vermeld.

Bestuursakkoord Natuur

Regeling/Beheertype

Verplichtingen per 31-12-2025

ANLB

19.520.146

Totaal

19.520.146

Aansprakelijkstelling

Een tweetal biovergisters hebben de provincie aansprakelijk gesteld voor vermeend geleden schade ten gevolge van een brief van 12 oktober 2023, waarbij zij geïnformeerd zijn over de juridische consequenties van de aanwezigheid van amfetamine in het digestaat. In verband met deze constatering hebben deze vergisters gemeend de bedrijfsvoering stil te moeten leggen.  De schade is begroot op een bedrag van totaal tussen € 12 en € 13 miljoen. De beoordeling en afhandeling van de claims is in handen van de verzekeraar, in afwachting van de uitkomst van de beroepsprocedure tegen de brief van 12 oktober 2023. Tot op heden zijn er nog geen ontwikkelingen in de beroepsprocedure.

Gebeurtenissen na balansdatum

Bij het opmaken van de jaarrekening is geen sprake van gebeurtenissen na balansdatum die op grond van het BBV moeten worden verwerkt en/of toegelicht in de jaarrekening.

Hierna volgt een gedetailleerd overzicht van alle reserves en voorzieningen.

Totaaloverzicht Reserves en voorzieningen

Nummer

Omschrijving

Saldo 31 dec. 2024 na bestemming resultaat reserves

2025 Begrote rente

2025 Begrote vermeerde- ringen

2025 Begrote verminderingen

Saldo 31 dec. 2025 voor bestemming resultaat reserves

2025 Resultaat op reserves

Saldo 31 dec. 2025 na bestemming resultaat reserves

Algemene reserves

R001

Reserve voor algemene doeleinden

31.499.916

0

41.739.927

6.668.868

66.570.975

0

66.570.975

R002

Saldireserve

26.828.829

0

616.154

23.795.486

3.649.497

0

3.649.497

R004

Risicoreserve

18.707.500

0

0

0

18.707.500

-289.260

18.418.240

Totaal algemene reserves

77.036.245

0

42.356.081

30.464.354

88.927.972

-289.260

88.638.712

Bestemmingsreserves

R112

Reserve versterking economische structuur

6.177.381

0

1.100.000

500.000

6.777.381

872.429

7.649.810

R123

Reserve provinciaal aandeel ILG

624.337

0

0

624.337

0

0

0

R124

Reserve Regio Specifiek Pakket

1.218.980

0

0

1.218.980

0

0

0

R125

Financieringsreserve

114.564.169

0

1.972.359

43.047.026

73.489.502

0

73.489.502

R127

Cofinancieringsreserve Europa

12.397.327

0

2.500.000

3.286.405

11.610.922

3.280.574

14.891.496

R128

Reserve opvang revolverend financieren

20.480.973

0

2.700.000

35.000

23.145.973

0

23.145.973

R129

Reserve natuurbeleid

86.534.168

0

54.726.051

61.942.969

79.317.250

-13.293.423

66.023.827

R131

Reserve groot (variabel) onderhoud wegen en vaarwegen

12.117.593

0

1.388.647

4.651.626

8.854.614

1.878.652

10.733.266

R132

Reserve investeringsbijdrage Groningen Airport Eelde

1.844.101

0

1.281.040

2.621.000

504.141

0

504.141

R133

Reserve uitvoering generatiepact

98.035

0

250.268

351.210

-2.907

143.220

140.313

R135

Reserve investeringsagenda 2019-2023

3.000.000

0

0

3.000.000

0

0

0

R136

Reserve Regiodeal Zuid- en Oost-Drenthe

933.168

0

0

815.402

117.766

-108.393

9.373

R137

Reserve verstrekte subsidies

30.712.188

0

14.049.769

24.898.371

19.863.586

26.166.243

46.029.829

R139

Reserve mobiliteit

51.260.945

0

15.094.612

34.068.321

32.287.236

11.935.597

44.222.833

R140

Reserve bodem

9.895.863

0

719.000

782.000

9.832.863

115.996

9.948.859

R141

Reserve cofinanciering onrendabele toppen woningbouw

4.724.000

0

2.500.000

2.000.000

5.224.000

481.553

5.705.553

R142

Reserve wettelijke boscompensatie

844.003

0

0

2.215

841.788

-43.062

798.726

R143

Kapitaallastenreserve verdiepte ligging rondweg Emmen

10.565.000

0

0

0

10.565.000

0

10.565.000

R144

Reserve restauratie en herbestemming Koloniën van Weldadigheid

0

0

0

0

0

0

0

R145

Reserve kapitaallasten Norgerbrug

7.153.337

0

0

0

7.153.337

0

7.153.337

R147

Reserve Energieagenda 2024-2027

0

0

5.865.000

3.765.000

2.100.000

713.130

2.813.130

R148

Reserve Europese Programma's Landelijk Gebied

0

0

10.324.324

0

10.324.324

-2.970.715

7.353.609

Totaal bestemmingsreserves

375.145.567

0

114.471.070

187.609.862

302.006.775

29.171.801

331.178.576

Totalen algemene en bestemmingsreserves

452.181.812

0

156.827.151

218.074.216

390.934.747

28.882.541

419.817.288

Nummer

Omschrijving

Saldo 31 dec. 2024

2025 Vrij- gevallen bedragen

2025 Toevoegingen

2025 Aanwendingen

31 dec. 2025 Begroot

2025 Resultaat ten opzichte van begroting

Saldo 31 dec. 2025

Voorzieningen middelen derden

O809

Voorziening spaarhypotheken

696.829

0

44.000

191.000

549.829

-64.499

485.330

O811

Voorziening monitoring voormalige stortplaatsen

1.043.606

0

0

0

1.043.606

0

1.043.606

O807

Voorziening Grondwateronttrekkingsheffing

1.464.474

0

800.000

800.000

1.464.474

-21.765

1.442.709

Totaal voorzieningen middelen derden

3.204.909

0

844.000

991.000

3.057.909

-86.264

2.971.645

Voorzieningen ter egalisering van kosten

O801

Voorziening groot onderhoud provinciehuis

2.548.123

0

361.623

341.468

2.568.278

-84.373

2.483.905

O802

Voorziening groot onderhoud Drents Museum

689.129

0

650.606

740.011

599.724

594.314

1.194.038

O804

Voorziening groot onderhoud Depot Drents Museum

335.270

0

156.250

15.652

475.868

15.652

491.520

O812

Voorziening meerjaren onderhoud Huize Tetrode

79.520

0

-44.709

34.811

0

0

0

O805

Voorziening meerjaren onderhoud HHR

241.108

0

52.614

15.000

278.722

-35.677

243.045

O806

Voorziening meerjaren onderhoud Steunpunten

702.112

0

74.250

452.875

323.487

344.661

668.148

Totaal voorzieningen ter egalisering van kosten

4.595.262

0

1.250.634

1.599.817

4.246.079

834.577

5.080.656

Voorzieningen verplichtingen, verliezen en risico's

O813

Voorziening verwacht verlies zandwinning Huttenheugte

427.640

0

182.493

610.133

0

38.063

38.063

O803

Voorziening achterstallig onderhoud Drents Museum

1.226.704

0

0

300.000

926.704

94.386

1.021.090

O808

Voorziening spaarverlof

6.573.223

-43.490

1.550.000

300.000

7.779.733

-583.034

7.196.699

O800

Voorziening Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa)

8.904.264

0

415.000

500.000

8.819.264

1.716.891

10.536.155

O810

Wachtgeld oud GS-leden

170.164

0

0

124.076

46.088

326.474

372.562

O814

Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden (RVU)

89.538

0

824.000

16.366

897.172

-134.997

762.175

Totaal voorzieningen verplichtingen, verliezen en risico's

17.391.533

-43.490

2.971.493

1.850.575

18.468.961

1.457.783

19.926.744

Totalen alle voorzieningen

25.191.705

-43.490

5.066.127

4.441.392

25.772.950

2.206.096

27.979.046

Totaal reserves en voorzieningen

477.373.517

-43.490

161.893.278

222.515.608

416.707.697

31.088.637

447.796.334

Deze pagina is gebouwd op 04/21/2026 15:34:05 met de export van 04/21/2026 15:13:52