Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en gelet op artikel 216 van de Provinciewet en de Financiële Verordening provincie Drenthe 2024, waarin Provinciale Staten op 12 februari 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie hebben vastgesteld (Statenstuk 2025-4).
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben, onverschillig of ze tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten worden daarbij verantwoord tot een brutobedrag. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht.
Vaste activa
Vaste activa zijn bedoeld om de uitoefening van de werkzaamheden van de provincie duurzaam te dienen.
Algemeen
Hieronder is bij diverse onderdelen van de vaste activa een toelichting gegeven. Alle bedragen in de tabellen van deze paragraaf zijn gedeeld door € 1.000,--.
Immateriële vaste activa
Het BBV kent drie soorten immateriële vaste activa:
- de kosten die zijn verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;
- de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
- de bijdragen aan activa in eigendom van derden.
De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen van derden, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen
De notitie Materiële vaste activa (MVA) 2020 van de commissie BBV laat de keuze open om kosten van het sluiten van geldleningen wel of niet te activeren. Provincie Drenthe heeft ervoor gekozen om deze kosten niet te activeren maar rechtstreeks ten laste van het resultaat te brengen, omdat de kosten ten opzichte van de investeringsgrens van € 50.000,-- gering zijn.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor het realiseren van een bepaald actief
Het BBV stelt dat kosten voor onderzoek en ontwikkeling mogen worden geactiveerd. Provincie Drenthe heeft ervoor gekozen om kosten van onderzoek en ontwikkeling voor het realiseren van een bepaald actief niet te activeren. Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor het realiseren van een bepaald actief moeten niet verward worden met voorbereidingskosten uitvoeringsfase. Deze kosten behoren tot de vervaardigingskosten van het actief en worden daarom meegenomen in de investering en volgen daarmee de afschrijvingstermijn van de betreffende investering.
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
Deze kosten worden geactiveerd als aan de volgende vereisten is voldaan:
- er is sprake van een investering door een derde.
- de investering draagt bij aan de publieke taak.
- de derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals is overeengekomen.
- de bijdrage kan door de provincie worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Op de geactiveerde bijdragen aan activa in eigendom van derden wordt afgeschreven, waarbij de afschrijvingsduur maximaal gelijk is aan de verwachte gebruiksduur van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. Provincie Drenthe hanteert volgens de Nota Investeren, Activeren, Waarderen en Afschrijven 2024 een afschrijvingstermijn van maximaal 20 jaar
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
Be bijdragen in activa in eigendom van derden zijn als volgt te specificeren:
(x € 1.000,--) | Boekwaarde | Inves- teringen | Desinves- teringen | Afschrij- vingen | Bijdragen van derden | Afwaar- deringen | Boek- |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bijdragen aan activa in eigendom van derden | 7.897 | 539 | 273 | 8.162 | |||
Totaal | 7.897 | 539 | 273 | 0 | 8.162 |
Materiële vaste activa
Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Het BBV kent de volgende soorten materiële vaste activa:
- investeringen met een economisch nut;
- investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
- investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut worden geactiveerd. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en over de gebruiksduur afgeschreven.
Met ingang van 1 januari 2015 geldt voor natuurruilgronden dat deze worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs of de lagere marktwaarde. De natuurruilgronden die onder de materiële vaste activa zijn verantwoord, betreffen gronden die tijdelijk in bezit van de provincie Drenthe zijn. Het grootste gedeelte van deze voorraad blijft gedurende een langere periode in bezit en wordt in de tussentijd beheerd (verpacht aan de boeren, ingericht als natuur).
De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
Ten aanzien van investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut geldt tot aan investeringsdatum 31 december 2016 dat eventuele bijdragen uit de reserves in mindering zijn gebracht op deze investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Ten aanzien van investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven, geldt dat vanuit de spaarcomponent van heffingen gevormde voorzieningen voor toekomstige vervangingsinvesteringen met economisch nut in mindering zijn gebracht op de in het boekjaar gepleegde investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing is geheven. Over het resterende bedrag wordt afgeschreven. De op de oorspronkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur) van de geactiveerde objecten en voorzieningen. De gehanteerde afschrijvingstermijnen kennen hun basis in de Financiële Verordening provincie Drenthe 2024 en de Nota Investeren, Waarderen, Activeren en Afschrijven 2024.
De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. Enkele oude investeringen worden nog annuïtair afgeschreven. Afschrijvingen geschieden daarnaast onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Met afschrijven wordt begonnen in het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het actief technisch en financieel gereed is gekomen / is verworven. Op grond wordt niet afgeschreven, tenzij de grond deel uitmaakt van een investering in de openbare ruimte met maatschappelijk nut.
Door wijziging in het BBV (Notitie Materiële vaste activa) mogen met ingang van 2018 de lonen die ingezet zijn voor investeringen, per saldo niet meer worden verantwoord als lasten in de exploitatie. Het gaat hierbij om de directe projectkosten. Die lonen worden ten laste gebracht van investeringsprojecten. Bij overhead heb je een keuzevrijheid. We hebben ervoor gekozen om de overheadkosten niet toe te rekenen aan investeringen.
Duurzame waardevermindering van vaste activa
Afwaardering van bedrijfseconomisch vastgoed vindt plaats indien de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde. Lagere taxatiewaarden dan de boekwaarden van onroerende zaken zijn hierbij als duurzame waardedaling in aanmerking genomen. Afwaardering van maatschappelijk vastgoed vindt plaats indien de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde en er ten opzichte van de huidige functie geen (bestuurlijke) intentie is voor duurzame exploitatie. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele baten in de jaarrekening verwerkt.
Buiten gebruik gestelde vaste activa
Indien een vast actief buiten gebruik is gesteld, heeft op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering van de boekwaarde plaatsgevonden naar de lagere restwaarde.
Afschrijvingen
De voornaamste investeringen met de afschrijvingstermijnen zijn hieronder weergegeven.
Investering | Afschrijvingstermijn (in jaren) |
|---|---|
Gronden en terreinen | |
Gronden en terreinen | n.v.t. |
Woonruimten | 50 |
Gebouwen (grote verbouwing: aansluiten bij restant afschrijving) | 50 |
Bouwkundige verduurzaamingsmaatregelen | 30 |
Verbouwing/revitalisering/aanpassingen | 20 |
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken | |
Sluizen | 80 |
Sluisdeur van composiet | n.v.t. |
Sluisdeur van staal | 80 |
Sluisdeur van hout | 50 |
kunstwerk (viaduct, tunnels en duikers) | 80 |
Bruggen (vast) | 80 |
Bruggen (beweegbaar) | 60 |
Voorzieningen bij waterwegen (o.a. steigers) | 30 |
Remmingen en geleidewerken (hout) bij bruggen | 50 |
Remmingen en geleidewerken (staal) bij bruggen | 70 |
Bedieningspost t.b.v scheepvaart | 8 |
Glasvezel t.b.v. bedienen op afstand | 25 |
Overbescherming van beton | 80 |
Overbescherming van hout | 30 |
Overbescherming van staal | 50 |
Waterkerende constructie (o.a. folieconstructie) | 50 |
Aanleg wegen (wegen, rotondes, verkeersdrempels e.d.) | 30 |
Fietspaden | 30 |
machines, apparaten en installaties (per soort levensduur) | |
Machines, apparaten en installaties | 30 |
Machines, apparaten en installaties | 25 |
Machines, apparaten en installaties | 20 |
Machines, apparaten en installaties | 15 |
Machines, apparaten en installaties | 10 |
vervoermiddelen | |
auto's | 5 |
Overige materiële vaste activa | |
Losse inventaris (stoelen, bureau, kasten, etc) | 10 |
Vaste inventaris (sanitair, keukeninrichting, etc) | 10 |
Isolatieglas | 20 |
Informatisering | |
Audio/videoapparatuur en telefooncentrale | 5 |
Multimedia, beveiligscamera's | 5 |
Hardware | 4 |
Software | 4 |
Smartphones | 2 |
Immaterië vaste activa | |
Immateriële activa | 5 |
Bijdragen aan activa in eigendom van derden (maximaal) | 20 |
Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven omdat deze als waardevast worden beschouwd.
Voorstellen voor uitzonderingen op de bovenstaande afschrijvingstermijnen worden gemotiveerd aan Provinciale Staten voorgelegd.
Software wordt tegenwoordig veel in gebruik genomen in de vorm van een SaaS-oplossing. In dat geval is er geen sprake van het verkrijgen van een actief (een investering met economisch nut) omdat het bij SaaS gaat om dienstverlening in de vorm van een abonnement waarmee wordt ingelogd bij de dienstverlener. Deze dienstverlener heeft de activa zowel juridisch als economisch in bezit. Dit betekent dat ook de implementatiekosten behorende bij de implementatie van een SaaS-oplossing niet geactiveerd mogen worden. Er is geen sprake van een verkrijgingsprijs en daarom zijn de kosten ook niet als bijkomende kosten te kwalificeren.
De lasten samenhangend met de uitvoering van klein en groot onderhoud en het baggeren van watergangen zijn niet levensduur verlengend en zijn daarom niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie of de gevormde voorziening gebracht. Op alle kapitaalgoederen die gereed komen of verworven worden gedurende een boekjaar, worden in het jaar na gereedkomen de afschrijvingen berekend.
In erfpacht uitgegeven gronden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, waarbij de uitgifteprijs van eerste uitgifte (op basis van de benaderde marktgrondwaarde) geldt als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen (een zeer lage) registratiewaarde.
Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de materiële vaste activa.
(x € 1.000,--) | Boekwaarde 01-01-2025 | Inves- teringen | Desinves- teringen | Afschrij- vingen | Bijdragen van derden | Afwaar- deringen | Boekwaarde 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Investeringen met economisch nut | |||||||
Gronden en terreinen | 134.085 | 40.694 | 5.322 | 7.416 | 162.041 | ||
Machines, apparaten en installaties | 3.406 | 1.027 | 1.299 | 3.135 | |||
Totaal | 137.491 | 41.721 | 5.322 | 1.299 | 0 | 7.416 | 165.176 |
(x € 1.000,--) | Boek- | Inves- teringen | Desinves- teringen | Afschrij- vingen | Bijdragen van derden | Afwaar- deringen | Boek- |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut vanaf 1-1-2017 (“nieuwe” wetgeving) | |||||||
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken | 36.213 | 20.248 | 272 | 6.950 | 49.240 | ||
Bedrijfsgebouwen | 5.764 | 215 | 46 | 5.933 | |||
Machines, apparaten en installaties | 3.744 | 877 | 59 | 4.561 | |||
Totaal | 45.721 | 21.340 | 0 | 377 | 6.950 | 0 | 59.734 |
(x € 1.000,--) | Boek- | Invest- eringen | Desinves- teringen | Afschrij- vingen | Bijdragen van derden | Afwaard- eringen | Boek- |
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut tot 1-1-2017 (“oude” wetgeving) | |||||||
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken | 116.716 | 6.338 | 1.701 | -198 | 121.551 | ||
Bedrijfsgebouwen | 16.545 | 760 | 15.785 | ||||
Machines, apparaten en installaties | 1.310 | 727 | 584 | ||||
Totaal | 134.571 | 6.338 | 0 | 3.188 | -198 | 0 | 137.920 |
Totaal investeringen met maatschappelijk nut | 180.293 | 27.678 | 0 | 3.565 | 6.752 | 0 | 197.653 |
Investeringen met economisch nut
Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.
Investeringen met maatschappelijk nut voor en vanaf 2017
Vanaf 1 januari 2017 is de keuzemogelijkheid ten aanzien van het wel of niet activeren van investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut vervallen. Vanaf 1 januari 2017 dienen alle investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut geactiveerd te worden en over de gebruiksduur te worden afgeschreven. Deze investeringen mogen niet meer rechtstreeks worden verrekend met reserves. Bij de provincie Drenthe activeerden we ook voor 2017 al deze investeringen, maar volgens de BBV-voorschriften dienen we de splitsing vanaf 2017 apart zichtbaar te maken bij de toelichting op de balans.
Desinvesteringen
In 2025 hadden de enige desinvesteringen betrekking op de verkoop van ruilgronden. Dit betrof een bedrag van € 5,3 miljoen.
Afwaarderingen
Bij de gronden heeft op basis van een uitgevoerde taxatie een afwaardering plaatsgevonden van de gebouwen die op de gronden staan. Dit betrof een bedrag van € 7,4 miljoen.
Verloop investeringen
De boekwaarde van de materiële vaste activa is ten opzichte van 31 december 2025 toegenomen met € 45 miljoen. De loontoerekening van eigen personeel aan investeringsprojecten bedroeg € 1,6 miljoen in 2025. De boekwaarde van de ruilgronden is gestegen met € 27,9 miljoen en die van grond-, weg- en waterbouwkundige werken met € 17,9 miljoen. De boekwaarde van de investeringen in bedrijfsgebouwen is gedaald met € 0,6 miljoen en die van machines, apparaten en installaties is gedaald met € 0,2 miljoen.
Verder verwijzen we naar paragraaf III.1.1 Investeringen voor een specificatie van de investeringen en de bijbehorende kredieten.
De provincie Drenthe kent geen investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Onder de categorie gronden en terreinen is het, in het kader van het natuurpact voor nul euro, overgedragen voormalig rijksbezit van Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) verantwoord: de nieuwe verwerving van ruil- en natuurgronden (terreinen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN)) minus de verkochte ruilgronden en terreinen binnen het NNN aan terreinbeheerders en/of particulieren. De boekwaarde van de gronden bedraagt op 31 december 2025 € 162 miljoen. Wij verwijzen u verder naar de paragraaf Grondbeleid voor een nadere toelichting op deze grondpositie.
Financiële vaste activa
Het BBV kent de volgende soorten financiële vaste activa:
- kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen;
- leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen;
- overige langlopende leningen;
- uitzettingen in ‘s Rijks schatkist met rentetypische looptijd van één jaar of langer;
- uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
- overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten), verminderd met de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Waar nodig is een voorziening gevormd voor verwachte oninbaarheid of incourantheid van de verstrekte lening. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de marktwaarde van de aandelen daalt tot onder de verkrijgingsprijs, vindt afwaardering naar deze lagere marktwaarde plaats.
Onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de financiële vaste activa.
(x € 1.000,--) | Boekwaarde 1-1-2025 | Inves- teringen | Desinves- teringen | Afschrij- vingen/ aflossingen | Waardever-mindering | Boekwaarde 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Kapitaalverstrekkingen aan: | ||||||
- deelnemingen | 32.742 | 289 | 32.453 | |||
Totaal kapitaalverstrekkingen | 32.742 | 289 | 32.453 | |||
(x € 1.000,--) | Boekwaarde 1-1-2025 | Inves- teringen | Desinves- teringen | Afschrij- vingen/ aflossingen | Waardever-mindering | Boekwaarde 31-12-2025 |
Leningen aan: | ||||||
- openbare lichamen | ||||||
- deelnemingen | 20.769 | 20.769 | ||||
- Overige langlopende leningen | 79.036 | 4.502 | 3.198 | 35 | 80.304 | |
- Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer | 0 | 0 | ||||
Totaal overige langlopende leningen/Obligaties | 99.805 | 4.502 | 3.198 | 35 | 101.073 |
Kapitaalverstrekkingen en deelnemingen
De provincie Drenthe bezit belangen in diverse instellingen. Deze effecten zijn bestemd om duurzaam ten dienste van de eigen bedrijfsuitoefening te staan. De volgende belangen zijn per 31 december 2025 in het bezit van provincie Drenthe.
Specificatie deelnemingen | |||||
|---|---|---|---|---|---|
(Bedragen: x € 1.000,--) | Aantal | Intrinsieke waarde | Boekwaarde per 31-12-2024 | Stille reserve | Nominale waarde |
BNG Bank NV | 87.750 | 7.527 | 199 | 7.328 | 219 |
Groningen Airport Eelde | 2.760 | 2.693 | 0 | 2.693 | 1.242 |
Nederlandse Waterschapsbank NV | 40 | 1.412 | 4 | 1.407 | 5 |
Enexis Holding NV | 3.549.845 | 131.339 | 4.323 | 127.016 | 3.550 |
N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland | 19.062 | - | 27.808 | - | 8.650 |
WMD Drinkwater NV | 973 | 29.996 | 18 | 29.978 | 49 |
Drentse Holding BV (MKB Fonds Drenthe) | 100 | 5.026 | 100 | 4.926 | 100 |
Totaal | 177.992 | 32.453 | 173.347 | 13.815 |
De dividendopbrengsten moeten worden verantwoord in het jaar waarin het recht op het ontvangen van dividend ontstaat. Omdat de algemene vergadering van aandeelhouders pas in het jaar t+1 beslist over het dividend over het boekjaar t, wordt het toegekende dividend verantwoord in de jaarrekening van het jaar t+1. Op basis hiervan is het dividend over boekjaar 2024 opgenomen, dat in 2025 is toegekend (en ontvangen). De aandelen zijn op de balans opgenomen tegen de verkrijgingsprijs. Bij Groningen Airport Eelde is er geen boekwaarde. Om inzicht te geven in een reëlere waarde is tevens de stille reserve die in de waarde van de aandelen verscholen zit, aangegeven. Deze waarde is berekend door rekening te houden met de intrinsieke waarde van de deelnemingen en de verhouding van het aandelenbezit van de provincie ten opzichte van de andere aandeelhouders.
De aandeelhouders van CSV Amsterdam BV hebben op 17 april 2025 het besluit genomen om de vennootschap op te heffen en de resterende liquide middelen in CSV van afgerond € 8,35 mln. uit te keren aan de aandeelhouders naar rato van het aandelenbelang. Met de afwikkeling van de gerechtelijke procedure tegen de Belastingdienst waren namelijk alle statutaire doelen van CSV voltooid en kon de vennootschap worden ontbonden.
Aandelen NOM
Op grond van de (concept)jaarcijfers 2025 van N.V. NOM blijkt als gevolg van een lagere waardering van de portefeuille van deelnemingen/participaties van de NOM, dat de marktwaarde van het aandeel van de provincie in de NOM ultimo 2025 lager is dan de oorspronkelijke verkrijgingsprijs/agiostorting (€ 28,1 miljoen). Hiervoor is eerder getroffen voorziening vanwege de lagere marktwaarde met een bedrag van € 289.260,-- aangevuld ten laste van de Risicoreserve. Het saldo van deze voorziening bedraagt ultimo 2025 € 289.260,--.
De door de provincie verstrekte geldleningen aan deelnemingen zijn als volgt te specificeren.
Specificatie leningen aan deelnemingen | |||||
(x € 1.000,--) | Stand | Verstrekte leningen | Aflossing | Stand | Rente |
|---|---|---|---|---|---|
WMD Drinkwater N.V. | 6.000 | 0 | 0 | 6.000 | 2,25% |
Enexis Holding N.V. (tranche A) | 11.858 | 0 | 0 | 11.858 | 2,15% |
Enexis Holding N.V. (tranche B) | 412 | 0 | 0 | 412 | 1,40% |
Drentse Holding B.V. * | 2.500 | 0 | 0 | 2.500 | 0,00% |
Totaal | 20.769 | 0 | 0 | 20.769 | |
* De lening bedraagt € 10 miljoen. De eerste tranche is in december 2024 opgenomen. | |||||
Overige langlopende leningen en uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
De door de provincie verstrekte overige langlopende geldleningen zijn als volgt te specificeren.
Specificatie verstrekte leningen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
(x € 1.000,--) | Stand 1 januari 2025 | Verstrekte leningen | Aflossing | Afwaardering | Omzetting | Stand 31 december 2025 | Rente |
Hypotheken ambtenaren | 1.436 | 338 | 1.098 | ||||
Coöperatie "Agrarische Natuur Drenthe" U.A. | 250 | 50 | 200 | 0,00% | |||
Coöperatie Kredietunie Drenthe-Overijssel U.A. | 35 | 35 | 0 | 3,00% | |||
Glasvezel De Wolden B.V. (lening 1) | 7.313 | 450 | 6.863 | 0,80% | |||
Glasvezel De Wolden B.V. (lening 2) | 928 | 57 | 871 | 1,42% | |||
Glasvezel Zuidenveld B.V. | 4.993 | 280 | 4.713 | 0,65% | |||
RE-NET Hoogeveen B.V. | 3.000 | 3.000 | 0,82% | ||||
Stichting Drentse Energie Organisatie (Energiefonds Drenthe) - lening 1 | 39.200 | 39.200 | 0,00% | ||||
Stichting Drentse Energie Organisatie (Energiefonds Drenthe) - lening 2 | 1.000 | 1.000 | 2,00% | ||||
Stichting Drentse Energie Organisatie (Energiefonds Drenthe) - lening 3 | 2.000 | 2.000 | 4.000 | 0,00% | |||
Stichting Groenfonds (Ontwikkelfonds Energiecoöperaties) | 1.200 | 1.200 | 0,00% | ||||
Stichting Maatschappij van Weldadigheid | 523 | 48 | 475 | 2,00% | |||
Stichting Valthermond.NU | 100 | 100 | 0 | 0,00% | |||
Stichting Van Gogh en Drenthe | 55 | 18 | 37 | 0,00% | |||
Vekoglas B.V. | 97 | 10 | 87 | 0,67% | |||
Vereniging CPO Gees - Klimopschool | 3 | 3 | 0 | 0,00% | |||
CPO Buddingewold | 0 | 28 | 28 | 0,00% | |||
CPO Daler Starters | 0 | 50 | 50 | 0,00% | |||
Nationaal Restauratiefonds | 7.690 | 1.848 | 540 | 8.998 | 1,50% | ||
Stichting RTV Drenthe | 1.293 | 215 | 1.078 | 0,75% | |||
Verwijdering asbestdaken Drenthe | 5.706 | 529 | 423 | 5.812 | |||
Maatwerklening asbestregeling | 701 | 69 | 632 | ||||
Verzilverlening asbestregeling | 162 | 47 | 57 | 152 | |||
Zonneleningen (via SVn) | 1.352 | 541 | 811 | ||||
79.036 | 4.502 | 3.198 | 35 | 0 | 80.304 |
Vlottende activa
Hieronder wordt bij de diverse onderdelen van de vlottende activa een toelichting gegeven.
Voorraden
(x € 1.000,--) | Boekwaarde | Boekwaarde |
|---|---|---|
31-12-2025 | 31-12-2024 | |
Onderhanden werk voor derden | - | - |
Gereed product en handelsgoederen | 395 | 807 |
Voorraad VVV-bonnen | 3 | 3 |
Totaal voorraden | 398 | 810 |
De voorraden zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs.
Gereed product en handelsgoederen
Volgens de BBV-voorschriften moeten gebouwen die in de verkoop staan onder de voorraden worden verantwoord. In 2022 is Huize Tetrode in de verkoop gezet. Dit pand is in 2025 verkocht.
Deze balanspost bevat nu alleen nog een perceel in Dalen, dat tijdelijk is aangekocht als opslag van zandwinning voor investeringen in wegen. Hiervoor is een nieuwe taxatie gedaan in 2025, waarbij de taxatiewaarde hoger is dan de boekwaarde.
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening gevormd. Deze voorziening wordt statisch bepaald. De post Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar wordt onderscheiden in:
De post uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar wordt onderscheiden in: | ||||
(x € 1.000,--) | Stand 31 december 2025 | Voorziening oninbaarheid | Boekwaarde 31 December 2025 | Stand 31 december 2024 |
|---|---|---|---|---|
Vorderingen op openbare lichamen | 8.174 | 8.174 | 29.292 | |
Overige vorderingen | 913 | 179 | 734 | 1.387 |
Kasgeldleningen aan openbare lichamen | 65.000 | 65.000 | 0 | |
Rekening-courantverhoudingen met het Rijk | 301.812 | 301.812 | 381.762 | |
Rekening-courantverhoudingen overige niet-financiële instellingen | 37.904 | 37.904 | 15.250 | |
Totaal | 413.802 | 179 | 413.624 | 427.691 |
Specificatie kasgeldleningen aan openbare lichamen | ||||
(x € 1.000,--) | Stand | Verstrekte leningen | Aflossing | Stand |
Gemeente Apeldoorn | 0 | 10.000 | 10.000 | |
Gemeente Zaanstad | 0 | 10.000 | 10.000 | |
Gemeente Ridderkerk | 0 | 15.000 | 15.000 | |
Gemeente Tilburg | 0 | 10.000 | 10.000 | |
Gemeente Leiden | 0 | 20.000 | 20.000 | |
Totaal | 0 | 65.000 | 0 | 65.000 |
Rekening-courantverhoudingen met het Rijk
Het saldo dat in 's Rijks schatkist wordt aangehouden (verplicht schatkistbankieren) is in 2025 gedaald met € 80 miljoen. De daling is fors lager dan begroot. Een nadere toelichting staat in paragraaf 2.4 Financiering.
Vorderingen op openbare lichamen
Deze balanspost is gedaald met 21 miljoen. Dit komt dat vorig jaar een grote vordering op de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) nog niet was ontvangen.
Rekening-courantverhoudingen overige niet-financiële instellingen
Dit zijn de middelen die Prolander (Drenthe-gelden) aanhoudt bij het Schatkistbankieren en de middelen van de provincie Drenthe die zijn uitgezet bij het Nationaal Restauratiefonds (NRF), Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) en het Nationaal Groenfonds. De reden dat die middelen hier gepresenteerd worden, is dat de directe opeisbaarheid langer duurt dan bij liquide middelen.
De stijging van € 22,6 miljoen komt voornamelijk doordat de rekening-courantverhouding met Prolander is gestegen met € 23,6 miljoen.
Schatkistbankieren
Drempelbedrag
De overtollige liquide middelen die niet voor de uitoefening van de publieke taak ingezet worden, moeten conform de Wet fido aangehouden worden bij het Rijk (verplicht schatkistbankieren). Er zijn echter enkele uitzonderingen. Eén daarvan is het drempelbedrag. Het drempelbedrag is het maximale bedrag dat over een heel kwartaal gezien gemiddeld op dagbasis buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft elke dag naar de schatkist te worden overgeboekt. Alleen de middelen die het drempelbedrag te boven gaan moeten in de schatkist worden aangehouden. Het drempelbedrag voor de provincie Drenthe bedroeg in 2025 circa € 9,1 miljoen.
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren
De berekening van de benutting van het drempelbedrag is in onderstaande tabel weergegeven. Hieruit blijkt dat in 2025 het drempelbedrag niet is overschreden.
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren | |||||
|---|---|---|---|---|---|
(x € 1.000,--) | Verslagjaar | ||||
(1) | Drempelbedrag | 9.095 | |||
Kwartaal 1 | Kwartaal 2 | Kwartaal 3 | Kwartaal 4 | ||
(2) | Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen | 0 | 2 | 3 | 2 |
(3a) = (1) > (2) | Ruimte onder het drempelbedrag | 9.094 | 9.093 | 9.092 | 9.092 |
(3b) = (2) < (1) | Overschrijding van het drempelbedrag | - | - | - | - |
(1) Berekening drempelbedrag | |||||
(x € 1.000,--) | Verslagjaar | ||||
(4a) | Begrotingstotaal verslagjaar | 454.729 | |||
(4b) | Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan 500 miljoen | 454.729 | |||
(4c) | Het deel van het begrotingstotaal dat de 500 miljoen te boven gaat | 0 | |||
(1) = (4b) * 2% + | Drempelbedrag | 9.095 | |||
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen | |||||
(x € 1.000,--) | Verslagjaar | ||||
Kwartaal 1 | Kwartaal 2 | Kwartaal 3 | Kwartaal 4 | ||
(5a) | Som van de per dag buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) | 15 | 148 | 233 | 210 |
(5b) | Dagen in het kwartaal | 90 | 91 | 92 | 92 |
(2) = (5a) / (5b) | Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen | 0 | 2 | 3 | 2 |
Liquide middelen
Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Alle bankrekeningen staan volledig ter beschikking van de provincie. Omdat de provincie het geld verplicht moet stallen bij het Rijk, staat het grootste saldo van de eigen middelen bij uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar (onder de post rekening-courantverhoudingen met het rijk). De middelen van de provincie Drenthe die zijn uitgezet bij het Nationaal Restauratiefonds (NRF), Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) en het Nationaal Groenfonds staan onder de post Rekening-courantverhoudingen overige niet-financiële instellingen.
(x € 1.000,--) | Boekwaarde 31 december 2025 | Boekwaarde 31 december 2024 |
|---|---|---|
Banksaldi | ||
ABN-AMRO | 0 | 0 |
ING Zakelijke rekeningen | 2 | 0 |
Totaal liquide middelen | 2 | 0 |
Overlopende activa
De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De in de balans opgenomen nog te ontvangen voorschotbedragen, die ontstaan zijn door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, kunnen als volgt worden gespecificeerd.
De post overlopende activa wordt onderscheiden in: | ||
(x € 1.000,--) | Saldo | Saldo |
|---|---|---|
De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: | ||
Europese overheidslichamen | 0 | 0 |
Het Rijk | 52 | 0 |
Gemeenten | 93 | 112 |
Provincies | 978 | 2.000 |
Overige Nederlandse overheidslichamen | 681 | 440 |
Totaal voorschotbedragen | 1.804 | 2.552 |
Overige nog te ontvangen bedragen | 29.963 | 27.564 |
Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen | 57.811 | 39.066 |
Totaal overlopende activa | 89.578 | 69.182 |
* miv 1-1-2025 moet de post overige overheden verder gesplitst worden. | ||
Daarom zijn de cijfers per 31-12-2024 hierop aangepast voor de vergelijkbaarheid. | ||
Overige nog te ontvangen bedragen
De overige nog te ontvangen bedragen bestaan uit de vordering op het Btw compensatiefonds van € 23,8 miljoen. Daarnaast moet er nog € 3,6 miljoen via Prolander ontvangen worden bij de afhandeling ruilplan WILG Nieuw Schoonebeek. Ook ontvangen we nog rente van het 4e kwartaal Rijksschatkistbankieren van 1,7 miljoen. De rest van de vorderingen bedraagt € 0,9 miljoen.
Vooruitbetaalde bedragen
De vooruitbetaalde bedragen (€ 57,8 miljoen) bestaan voor € 6,6 miljoen uit vooruitbetaalde voorschotten subsidieregelingen die het SNN voor ons uitvoert. Daarnaast is in verband met de regelgeving lastneming subsidies een bedrag van € 32,1 miljoen als vooruitbetaald verantwoord. Dit geld is al als voorschot betaald, maar de last moet meerjarig worden genomen op basis van jaarlijkse verantwoording door de subsidienemers.
Ook zijn er voor specifieke uitkeringen € 12,6 miljoen aan kosten gemaakt. De last mag echter pas worden genomen, zodra dit in de sisa verantwoording is opgenomen bij de betrokken overheden.
Tenslotte zijn er vooruitbetalingen gedaan van facturen en subsidies 2026 voor een bedrag van € 6,5 miljoen.
Hieronder wordt de voorgeschreven specificatie gegeven van de voorschotbedragen van voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel.
(x € 1.000,--) | Saldo | Toevoegingen | Ontvangen bedragen | Saldo |
|---|---|---|---|---|
Het Rijk | ||||
E125 SPUK Aanpassingen HSWI Coevorden-Bad Bentheim | 0 | 52 | 52 | |
0 | 52 | 0 | 52 | |
Gemeenten | ||||
Bodemsaneringen | 11 | 82 | 93 | |
Gezamenlijke beschikkingen projectsubsidies (deel gemeente Emmen) | 60 | 60 | 0 | |
Provinciaal Werkgelegenheidsregister met gemeenten | 41 | 41 | 0 | |
112 | 82 | 101 | 93 | |
Provincies | ||||
Fysieke investeringen voor industriële verwerking van agrarische producten provincie Groningen (Trappenhuis) | 224 | -224 | 0 | |
POP3 samenwerken voor innovatie provincie Groningen | 1.776 | -1.367 | 409 | |
GRO6C Regio Deal Natuur Inclusieve Landouw Noord Nederland | 0 | 569 | 569 | |
2.000 | -1.022 | 0 | 978 | |
Overige Nederlandse overheidslichamen | ||||
Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (deel waterschap) | 410 | 410 | ||
Bodemsaneringen | 0 | 271 | 271 | |
SNN regeling Isoleerprogramma Drenthe | 31 | -31 | 0 | |
441 | 240 | 0 | 681 | |
Totaal van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel | 2.552 | -648 | 100 | 1.804 |
Vaste passiva
Algemeen
Hieronder is bij de diverse onderdelen van de vaste passiva een toelichting gegeven. De vaste passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij bij het betreffende balanshoofd anders staat vermeld. Alle bedragen in de tabellen van deze paragraaf zijn gedeeld door € 1.000,--.
Eigen vermogen
(x € 1.000,--) | Boekwaarde | Boekwaarde |
|---|---|---|
31 december 2025 | 31 december 2024 | |
Reserves, gespecificeerd naar: | ||
– algemene reserve | 88.639 | 43.885 |
– bestemmingsreserve | 331.179 | 375.146 |
Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening | 32.834 | 33.151 |
Totaal eigen vermogen | 452.651 | 452.182 |
In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is de verantwoordelijkheid van Provinciale Staten. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra Provinciale Staten aan een reserve een bepaalde bestemming hebben gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Zowel reserves als voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Een gedetailleerd overzicht van alle reserves is opgenomen aan het eind van deze paragraaf. Voor de aard en reden van elke reserve en de toelichting op de toevoegingen en onttrekkingen verwijzen we verderop in deze paragraaf.
Voorzieningen
Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van de provincie. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Voorzieningen worden gewaardeerd op de contante waarde/het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden gevormd indien er sprake is van:
- verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is te schatten;
- op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
- kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;
- bijdragen (spaarcomponent) aan toekomstige vervangingsinvesteringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing wordt geheven;
- middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.
De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. Aan voorzieningen ter egalisatie van (onderhouds)lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag. Uitgevoerd achterstallig
Onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd In de toelichting op de balans is een overzicht opgenomen van het verloop van de voorzieningen per categorie en is bij elke voorziening een specificatie opgenomen met o.a. een toelichting op de reden waarom een voorziening is ingesteld, de bestedingen t.l.v. de voorziening, etc.
Vlottende passiva
Algemeen
Hieronder is bij de diverse onderdelen van de vlottende passiva een toelichting gegeven. De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij bij het betreffende balanshoofd anders staat vermeld. Alle bedragen in de tabellen van deze paragraaf zijn gedeeld door € 1.000,--.
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen
nominale waarde.
(x € 1.000,--) | Boekwaarde 31-12-2025 | Boekwaarde 31-12-2024 | Ontwikkeling |
|---|---|---|---|
Overige schulden | 15.486 | 18.779 | -3.293 |
Rekening-courantsaldi | 9.790 | 10.053 | -263 |
Totaal | 25.276 | 28.832 | -3.556 |
Overige schulden
De overige schulden en rekening-courantsaldi zijn met € 3,6 miljoen afgenomen. Dit komt voornamelijk door de post crediteuren die met € 3,3 miljoen lager is in 2025 doordat eind december minder grote facturen nog open stonden.
Rekening-courantsaldi
De saldi van diverse rekeningen-courant hebben voornamelijk betrekking op Europese of regionale projecten, waarvoor de provincie de administratie voert. Er staat eind 2025 een saldo van € 9,7 miljoen als schuld open (nog besteding van ontvangen bedragen). Dit is een kleine afname ten opzichte van 2024. De posten met het grootste saldo betreffen de rekeningen-couranten Aandeelhouders NOM. Het gaat hierom een bedrag van € 4,3 miljoen. Dit betreft het saldo van de zogenaamde “terugploegkorting”, dat bedongen is bij de aankoop van de aandelen van de NOM. Dat bedrag zal door de aandeelhouders van de NOM worden besteed ter stimulering van het (innovatieve) MKB in Noord-Nederland en staat bij de provincie tijdelijk op de rekening.
(x € 1.000,--) | Boekwaarde 31-12-2025 | Boekwaarde 31-12-2024 | Ontwikkeling |
|---|---|---|---|
Aandeelhouders NOM | 396 | 396 | 0 |
Aandeelhouders NOM (terugploegkorting gezamenlijk) | 307 | 356 | -49 |
Aandeelhouders NOM (terugploegkorting Groningen) | 0 | 0 | 0 |
Aandeelhouders NOM (terugploegkorting Friesland) | 25 | 25 | 0 |
Aandeelhouders NOM (terugploegkorting Drenthe) | 3.600 | 3.600 | 0 |
Totaal | 4.327 | 4.377 | -49 |
Overlopende passiva
(x € 1.000,--) | Saldo | Saldo |
|---|---|---|
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume | 58.747 | 53.098 |
De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, ontvangen van: | ||
Europese overheidslichamen | 0 | 29 |
Het Rijk | 407.601 | 361.263 |
Gemeenten | 13.001 | 12.149 |
Provincies | 6.937 | 8.412 |
Overige Nederlandse overheidslichamen | 4.339 | 5.979 |
Totaal voorschotbedragen | 431.877 | 387.832 |
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen | 11.586 | 8.573 |
Totaal overlopende passiva | 502.211 | 449.504 |
* miv 1-1-2025 moet de post overige overheden verder gesplitst worden. | ||
Daarom zijn de cijfers per 31-12-2024 hierop aangepast voor de vergelijkbaarheid. |
Verplichtingen
De provincie heeft nog € 58,7 miljoen aan verplichtingen op de balans staan. Vorig jaar was het saldo € 53,1 miljoen. Dat is stijging van € 5,6 miljoen. Van de reguliere jaarlijkse verplichtingen zijn er € 14,5 miljoen afgewikkeld in 2025 en zijn er € 17,4 miljoen bijgekomen. Dit is een mutatie van € 2,9 miljoen. De overige stijging van € 2,7 miljoen heeft vooral te maken met hogere nagekomen verplichtingen in 2025 en vrijval RVO verplichtingen.
Hieronder staat een specificatie van de voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, ontvangen van:
(x € 1.000,--) | Saldo | Ontvangen bedragen | Vrijgevallen bedragen | Terug- betalingen | Saldo |
|---|---|---|---|---|---|
Europese overheidslichamen | |||||
European Circular Innovation Valley | 29 | 29 | 0 | ||
Het Rijk | |||||
Bodemsaneringen | 497 | 81 | 416 | ||
Kennisbudget Uitvoeringsprogramma Bodem en Onderhoud | 30 | 30 | |||
E12 SPUK bermmaatregelen N-wegen | 421 | 421 | |||
E17 SPUK Maas pilots | 139 | 97 | 42 | 0 | |
L7 SPUK Regeling specifieke uitkering IBP-Vitaal Platteland | 70 | 70 | |||
E58 SPUK Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem overbruggingsjaar 2021 | 897 | 205 | 692 | ||
E20 SPUK Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020-2021 | 4.312 | 4.312 | |||
E56 SPUK Tijdelijke stimuleringsregeling doelmatig en duurzaam gebruik verkeersinfrastructuur 2021 | 47 | 47 | |||
L8 SPUK Regeling specifieke uitkeringen opkoop veehouderijen in verband met stikstofdepositie op natuurgebieden | 20.254 | 17.213 | 3.041 | ||
L16 SPUK Eenmalige specifieke uitkering Provinciaal Uitvoeringsprogramma Natuur | 22.461 | 22.034 | 427 | ||
J86 SPUK Maatschappelijk vastgoed | 1.360 | 391 | 969 | ||
L25 SPUK versnellingsvoorstellen transitie landelijk gebied | 39.387 | -4.923 | 44.310 | ||
E44 SPUK Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie, werkregio Fluvius | 3.950 | 368 | 3.582 | ||
E83 SPUK Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodemopgaven 2022 | 492 | 6 | 486 | ||
E84 SPUK Rotonde BuBeKo (stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2022/2023) | 294 | 294 | |||
E87 Toekenningsbeschikking Tijdelijke regeling stimuleren maatregelen 2e fase Deltaprogramma | 5.394 | 2.586 | 1.552 | 6.428 | |
J96 SPUK Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II | 28.824 | 2.344 | 26.480 | ||
J103 SPUK opstellen en uitvoeren van woondeals tweede tranche | 76 | 76 | 0 | ||
J117 SPUK versnelling natuurinclusief isoleren | 3.460 | 146 | 3.314 | ||
L20 SPUK aanvullende aanpak nitraatuitspoeling uit agrarische bedrijfsvoering in specifieke grondwaterbeschermingsgebieden provincie Drenthe | 69 | 69 | 0 | ||
E97 SPUK bodem 2023 | 217 | 217 | 0 | ||
L27 SPUK provinciale maatregelen PAS-melders | 3.166 | 6 | 3.160 | ||
L31 SPUK uitvoering BO nitraat | 217 | 79 | 242 | 54 | |
K28 Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid | 2.844 | 3.096 | 798 | 5.142 | |
J95 SPUK regionale structuur Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie | 213 | 300 | 187 | 326 | |
L32 SPUK Regeling uitvoering aanpak piekbelasting | 927 | 635 | 1.562 | ||
L33 Specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase | 47.496 | 9.085 | 4.693 | 51.888 | |
L35 Gebiedsprocessen en maatregelen Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied | 160.704 | 55.530 | 7.908 | 208.326 | |
L37 SPUK Pas-melders (RPMP2024) | 7.810 | 7.613 | 15.423 | ||
Kansrijk Noord ESF+ | 500 | 500 | |||
E103 Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur 2023-2027 | 22 | 88 | 110 | ||
E111 Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverheden | 6 | 104 | 110 | 0 | |
E113 SPUK Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024 | 1.036 | 1.317 | 178 | 2.176 | |
J118 Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen en bedrijventerreinen aan provincies. | 2.124 | 497 | 1.627 | ||
J5 Regeling specifieke uitkering ten behoeve van het opstellen en uitvoeren van woondeals derde tranche | 584 | 584 | |||
J6 Flexibele inzet ondersteuning woningbouw (vierde tranche) | 896 | 75 | 821 | ||
C130 Compensatie VS Woo | 68 | 68 | |||
L36 SPUK MGB | 0 | 11.187 | 11.187 | ||
E120 Stimulering verkeersmaatregelen 2025-2028 | 0 | 878 | 139 | 739 | |
E103 SPUK Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur 2023–2027 | 0 | 8.000 | 8.000 | ||
K43 SPUK Naderingsdetectie Windturbines | 0 | 225 | 225 | ||
J18 SUK NPLW Isolatie | 0 | 364 | 364 | ||
E125 SPUK Aanpassingen HSWI Coevorden-Bad Bentheim | 0 | 1.280 | 1.280 | 0 | |
361.264 | 102.367 | 38.707 | 17.324 | 407.601 | |
Gemeenten | |||||
Regiodeal Zuid- en Oost Drenthe I | 1.382 | 1.182 | 201 | ||
Regiodeal Zuid- en Oost Drenthe II | 2.664 | 3.040 | 950 | 4.754 | |
Bodemsaneringen | 681 | 681 | |||
E106B Regionale Aanpak Laadinfrastructuur | 57 | 57 | |||
MIRT onderzoek Nedersaksenlijn | 250 | 128 | 122 | ||
Vooruitontvangen bijdragen derden investeringsprojecten (i.v.m. matching) | 6.479 | 140 | 6.339 | ||
Diverse bijdragen gemeenten/provincies projecten | 637 | 847 | 637 | 847 | |
12.149 | 3.887 | 3.037 | 0 | 13.001 | |
Provincies | |||||
E87B SPUK tweede fase Deltaprogramma zoetwater | 3.539 | 250 | 3.289 | ||
E106B Regionale Aanpak Laadinfrastructuur | 970 | 851 | 1.821 | ||
GRO2C SPUK HUB Verkeer en vervoer Groningen | 165 | 124 | 41 | ||
MIRT onderzoek Nedersaksenlijn | 106 | 27 | 79 | ||
Prov Groningen "Gelijkwaardige positie" m.b.t. o.a. vergoeding aan deelnemende agrariërs aan overlegtafels" | 2.625 | 1.600 | 1.025 | ||
GRO6C Regio Deal Natuur Inclusieve Landouw Noord Nederland | 1.007 | 1.007 | 0 | ||
E44B Tijdelijke impulsregeling Klimaatadaptie | 0 | 583 | 583 | ||
AgroAgenda | 0 | 99 | 99 | ||
8.412 | 1.533 | 3.008 | 0 | 6.937 | |
Overige Nederlandse overheidslichamen | |||||
E28b Regionaal Mobiliteitsfonds RSP | 4.388 | 1.579 | 2.808 | ||
Regiovisie Groningen-Assen | 414 | 252 | 162 | ||
SNN subsidie Bedrijvenregeling | 214 | 214 | 0 | ||
SNN subsidieregeling Vierkant voor werk/Dutch Techzone | 757 | 10 | 767 | ||
E17 SPUK Maas pilots (correctie) | 56 | 56 | 0 | ||
Deltaplan Agrarische Waterbeheer (DAW) - geen spuk | 55 | 55 | |||
Vooruitontvangen bijdragen derden investeringsprojecten (i.v.m. matching) | 96 | 451 | 547 | ||
5.979 | 461 | 2.101 | 0 | 4.339 | |
Totaal van de van EU en NL overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren | 387.833 | 108.248 | 46.882 | 17.324 | 431.877 |
Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen
Recht op verliescompensatie in het kader van de vennootschapsbelasting
Op dit moment is bij de provincie Drenthe nog steeds geen sprake van belastbare activiteiten in het kader van de vennootschapsbelasting. Dit betekent dat geen sprake is van recht op verliescompensatie in het kader van vennootschapsbelasting.
Er zijn op dit moment geen borgstellingen aan natuurlijke personen verstrekt.
Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de provincie voor toekomstige jaren is verbonden
Niet uit de balans blijkende verplichtingen (NUBBV)
Op grond van artikel 53 van het BBV worden in de toelichting bij de balans opgenomen de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de provincie voor toekomstige jaren is gebonden. Het gaat hierbij om overeenkomsten die in het contractenregister zijn opgenomen voor € 6,8 miljoen. Op 31 december 2025 zijn er nog meerjarige verplichtingen voor opdrachten en subsidies in de administratie vastgelegd van € 169,4 miljoen voor de jaren 2026 tot en met 2042. Dit bestaat uit € 35,2 miljoen aan opdrachten goederen en diensten (waarvan die € 6,8 miljoen overeenkomsten onderdeel van uitmaken, en ook de meerjarige investeringen van 7,7 miljoen) en € 136,2 miljoen aan meerjarige subsidies. Dit bestaat onder andere uit € 46 miljoen lastneming subsidies die voor toekomstige jaren in de reserve verstrekte subsidies is opgenomen. Verder zijn 57 miljoen meerjarige subsidies die het RVO op 1 januari 2025 heeft overgezet naar de provincie.
Overeenkomsten
Niet in de balans opgenomen belangrijke jaarlijkse financiële verplichtingen waaraan de provincie voor toekomstige jaren is verbonden (bedragen x € 1.000,--) | |
Beveiliging, receptie en telefonie | 434 |
|---|---|
Catering | 127 |
Multifunctionals | 42 |
Schoonmaak | 397 |
Autolease | 710 |
Verzekeringen | 188 |
Accountantskosten | 270 |
Elektriciteit en water | 421 |
Onderhoud hard- en software | 4.221 |
Totaal | 6.811 |
Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen
Bestuursakkoord Natuur
In de periode vóór het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) 2007–2013 zijn door de Dienst Regelingen, nu de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), verplichtingen aangegaan. Deze verplichtingen betroffen particulieren en terrein beherende organisaties voor de inrichting en het beheer van nieuwe natuur. Daarnaast zijn verplichtingen aangegaan voor functieverandering, zodat agrarische grond kon worden omgezet naar natuur.
Na afronding van het ILG en het sluiten van het Bestuursakkoord Natuur zijn deze verplichtingen per 1 januari 2025 overgedragen aan de provincies. Dit betekent dat de provincie verantwoordelijk is voor de verdere financiering van de door RVO aangegane verplichtingen. Deze verantwoordelijkheid ligt daarmee niet langer bij het Rijk.
De ANLB verplichtingen zijn niet overgedragen. De hoogte van deze verplichtingen zijn hieronder vermeld.
Bestuursakkoord Natuur
Regeling/Beheertype | Verplichtingen per 31-12-2025 |
|---|---|
ANLB | 19.520.146 |
Totaal | 19.520.146 |
Aansprakelijkstelling
Een tweetal biovergisters hebben de provincie aansprakelijk gesteld voor vermeend geleden schade ten gevolge van een brief van 12 oktober 2023, waarbij zij geïnformeerd zijn over de juridische consequenties van de aanwezigheid van amfetamine in het digestaat. In verband met deze constatering hebben deze vergisters gemeend de bedrijfsvoering stil te moeten leggen. De schade is begroot op een bedrag van totaal tussen € 12 en € 13 miljoen. De beoordeling en afhandeling van de claims is in handen van de verzekeraar, in afwachting van de uitkomst van de beroepsprocedure tegen de brief van 12 oktober 2023. Tot op heden zijn er nog geen ontwikkelingen in de beroepsprocedure.
Gebeurtenissen na balansdatum
Bij het opmaken van de jaarrekening is geen sprake van gebeurtenissen na balansdatum die op grond van het BBV moeten worden verwerkt en/of toegelicht in de jaarrekening.
Hierna volgt een gedetailleerd overzicht van alle reserves en voorzieningen.
Totaaloverzicht Reserves en voorzieningen | ||||||||
Nummer | Omschrijving | Saldo 31 dec. 2024 na bestemming resultaat reserves | 2025 Begrote rente | 2025 Begrote vermeerde- ringen | 2025 Begrote verminderingen | Saldo 31 dec. 2025 voor bestemming resultaat reserves | 2025 Resultaat op reserves | Saldo 31 dec. 2025 na bestemming resultaat reserves |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Algemene reserves | ||||||||
R001 | Reserve voor algemene doeleinden | 31.499.916 | 0 | 41.739.927 | 6.668.868 | 66.570.975 | 0 | 66.570.975 |
R002 | Saldireserve | 26.828.829 | 0 | 616.154 | 23.795.486 | 3.649.497 | 0 | 3.649.497 |
R004 | Risicoreserve | 18.707.500 | 0 | 0 | 0 | 18.707.500 | -289.260 | 18.418.240 |
Totaal algemene reserves | 77.036.245 | 0 | 42.356.081 | 30.464.354 | 88.927.972 | -289.260 | 88.638.712 | |
Bestemmingsreserves | ||||||||
R112 | Reserve versterking economische structuur | 6.177.381 | 0 | 1.100.000 | 500.000 | 6.777.381 | 872.429 | 7.649.810 |
R123 | Reserve provinciaal aandeel ILG | 624.337 | 0 | 0 | 624.337 | 0 | 0 | 0 |
R124 | Reserve Regio Specifiek Pakket | 1.218.980 | 0 | 0 | 1.218.980 | 0 | 0 | 0 |
R125 | Financieringsreserve | 114.564.169 | 0 | 1.972.359 | 43.047.026 | 73.489.502 | 0 | 73.489.502 |
R127 | Cofinancieringsreserve Europa | 12.397.327 | 0 | 2.500.000 | 3.286.405 | 11.610.922 | 3.280.574 | 14.891.496 |
R128 | Reserve opvang revolverend financieren | 20.480.973 | 0 | 2.700.000 | 35.000 | 23.145.973 | 0 | 23.145.973 |
R129 | Reserve natuurbeleid | 86.534.168 | 0 | 54.726.051 | 61.942.969 | 79.317.250 | -13.293.423 | 66.023.827 |
R131 | Reserve groot (variabel) onderhoud wegen en vaarwegen | 12.117.593 | 0 | 1.388.647 | 4.651.626 | 8.854.614 | 1.878.652 | 10.733.266 |
R132 | Reserve investeringsbijdrage Groningen Airport Eelde | 1.844.101 | 0 | 1.281.040 | 2.621.000 | 504.141 | 0 | 504.141 |
R133 | Reserve uitvoering generatiepact | 98.035 | 0 | 250.268 | 351.210 | -2.907 | 143.220 | 140.313 |
R135 | Reserve investeringsagenda 2019-2023 | 3.000.000 | 0 | 0 | 3.000.000 | 0 | 0 | 0 |
R136 | Reserve Regiodeal Zuid- en Oost-Drenthe | 933.168 | 0 | 0 | 815.402 | 117.766 | -108.393 | 9.373 |
R137 | Reserve verstrekte subsidies | 30.712.188 | 0 | 14.049.769 | 24.898.371 | 19.863.586 | 26.166.243 | 46.029.829 |
R139 | Reserve mobiliteit | 51.260.945 | 0 | 15.094.612 | 34.068.321 | 32.287.236 | 11.935.597 | 44.222.833 |
R140 | Reserve bodem | 9.895.863 | 0 | 719.000 | 782.000 | 9.832.863 | 115.996 | 9.948.859 |
R141 | Reserve cofinanciering onrendabele toppen woningbouw | 4.724.000 | 0 | 2.500.000 | 2.000.000 | 5.224.000 | 481.553 | 5.705.553 |
R142 | Reserve wettelijke boscompensatie | 844.003 | 0 | 0 | 2.215 | 841.788 | -43.062 | 798.726 |
R143 | Kapitaallastenreserve verdiepte ligging rondweg Emmen | 10.565.000 | 0 | 0 | 0 | 10.565.000 | 0 | 10.565.000 |
R144 | Reserve restauratie en herbestemming Koloniën van Weldadigheid | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
R145 | Reserve kapitaallasten Norgerbrug | 7.153.337 | 0 | 0 | 0 | 7.153.337 | 0 | 7.153.337 |
R147 | Reserve Energieagenda 2024-2027 | 0 | 0 | 5.865.000 | 3.765.000 | 2.100.000 | 713.130 | 2.813.130 |
R148 | Reserve Europese Programma's Landelijk Gebied | 0 | 0 | 10.324.324 | 0 | 10.324.324 | -2.970.715 | 7.353.609 |
Totaal bestemmingsreserves | 375.145.567 | 0 | 114.471.070 | 187.609.862 | 302.006.775 | 29.171.801 | 331.178.576 | |
Totalen algemene en bestemmingsreserves | 452.181.812 | 0 | 156.827.151 | 218.074.216 | 390.934.747 | 28.882.541 | 419.817.288 | |
Nummer | Omschrijving | Saldo 31 dec. 2024 | 2025 Vrij- gevallen bedragen | 2025 Toevoegingen | 2025 Aanwendingen | 31 dec. 2025 Begroot | 2025 Resultaat ten opzichte van begroting | Saldo 31 dec. 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Voorzieningen middelen derden | ||||||||
O809 | Voorziening spaarhypotheken | 696.829 | 0 | 44.000 | 191.000 | 549.829 | -64.499 | 485.330 |
O811 | Voorziening monitoring voormalige stortplaatsen | 1.043.606 | 0 | 0 | 0 | 1.043.606 | 0 | 1.043.606 |
O807 | Voorziening Grondwateronttrekkingsheffing | 1.464.474 | 0 | 800.000 | 800.000 | 1.464.474 | -21.765 | 1.442.709 |
Totaal voorzieningen middelen derden | 3.204.909 | 0 | 844.000 | 991.000 | 3.057.909 | -86.264 | 2.971.645 | |
Voorzieningen ter egalisering van kosten | ||||||||
O801 | Voorziening groot onderhoud provinciehuis | 2.548.123 | 0 | 361.623 | 341.468 | 2.568.278 | -84.373 | 2.483.905 |
O802 | Voorziening groot onderhoud Drents Museum | 689.129 | 0 | 650.606 | 740.011 | 599.724 | 594.314 | 1.194.038 |
O804 | Voorziening groot onderhoud Depot Drents Museum | 335.270 | 0 | 156.250 | 15.652 | 475.868 | 15.652 | 491.520 |
O812 | Voorziening meerjaren onderhoud Huize Tetrode | 79.520 | 0 | -44.709 | 34.811 | 0 | 0 | 0 |
O805 | Voorziening meerjaren onderhoud HHR | 241.108 | 0 | 52.614 | 15.000 | 278.722 | -35.677 | 243.045 |
O806 | Voorziening meerjaren onderhoud Steunpunten | 702.112 | 0 | 74.250 | 452.875 | 323.487 | 344.661 | 668.148 |
Totaal voorzieningen ter egalisering van kosten | 4.595.262 | 0 | 1.250.634 | 1.599.817 | 4.246.079 | 834.577 | 5.080.656 | |
Voorzieningen verplichtingen, verliezen en risico's | ||||||||
O813 | Voorziening verwacht verlies zandwinning Huttenheugte | 427.640 | 0 | 182.493 | 610.133 | 0 | 38.063 | 38.063 |
O803 | Voorziening achterstallig onderhoud Drents Museum | 1.226.704 | 0 | 0 | 300.000 | 926.704 | 94.386 | 1.021.090 |
O808 | Voorziening spaarverlof | 6.573.223 | -43.490 | 1.550.000 | 300.000 | 7.779.733 | -583.034 | 7.196.699 |
O800 | Voorziening Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) | 8.904.264 | 0 | 415.000 | 500.000 | 8.819.264 | 1.716.891 | 10.536.155 |
O810 | Wachtgeld oud GS-leden | 170.164 | 0 | 0 | 124.076 | 46.088 | 326.474 | 372.562 |
O814 | Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) | 89.538 | 0 | 824.000 | 16.366 | 897.172 | -134.997 | 762.175 |
Totaal voorzieningen verplichtingen, verliezen en risico's | 17.391.533 | -43.490 | 2.971.493 | 1.850.575 | 18.468.961 | 1.457.783 | 19.926.744 | |
Totalen alle voorzieningen | 25.191.705 | -43.490 | 5.066.127 | 4.441.392 | 25.772.950 | 2.206.096 | 27.979.046 | |
Totaal reserves en voorzieningen | 477.373.517 | -43.490 | 161.893.278 | 222.515.608 | 416.707.697 | 31.088.637 | 447.796.334 | |
