II.4 Toelichting op de balans van 31 december 2025

Bestemmingsreserves

Reserve Europese programma's landelijk gebied

R148

Reserve Europese Programma's Landelijk Gebied

Verloop

2025

2026

2027

2028

2029

Saldo aanvang jaar (1)

-

7.353.609

7.353.609

7.353.609

7.353.609

Begrote onttrekking (2)

-

-

-

-

-

Begrote toevoeging (3)

10.324.324

-

-

-

-

Begrote lasten programma (4)

4.553.862

12.007.766

12.007.766

-

-

Werkelijke/beoogde lasten programma (5)

5.717.776

12.007.766

12.007.766

-

-

Begrote baten programma (6)

2.970.358

7.391.051

7.391.051

-

-

Werkelijke/beoogde baten programma (7)

3.200.818

7.391.051

7.391.051

-

-

Extra onttrekking (8)

2.037.261

Saldo einde jaar (9=1-2+3+4-5-6+7-8)

7.353.609

7.353.609

7.353.609

7.353.609

7.353.609

Reserve Europese programma’s landelijk gebied

Doelstelling (in te realiseren maatschappelijke doelstellingen)

Het flexibel kunnen inzetten van de gelden van de Europese programma’s binnen het landelijk gebied waaraan de provincie deelneemt, zoals het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en aanverwante subsidieregelingen, zoals opgenomen in het Nationaal Strategisch Plan (NSP). Met de inrichting van deze bestemmingsreserve willen we het meerjarige karakter van de programma’s financieel borgen, de begroting en de realisatie beter laten aansluiten op het werkelijke kasverloop, voorkomen dat onderbestedingen kunstmatig de begroting van het opvolgende jaar verhogen, de transparantie richting Provinciale Staten vergroten door middelen geoormerkt en traceerbaar te houden en de continuïteit en doelmatigheid van de uitvoering bevorderen.

Instellingsbesluit

2e actualisatie 2025.

Toelichting

De uitvoering van de programma’s kent een onvoorspelbaar kasritme, onder andere doordat de afrekening van subsidieregelingen pas na afloop van een programma plaatsvindt en deels in handen is van uitvoeringsinstanties zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hierdoor ontstaat een risico op onderbesteding, wat leidt tot overheveling van middelen naar volgende jaren. Deze stapeling bemoeilijkt het budgettaire inzicht en vergroot de bestuurlijke druk op latere realisatie.
De vorming van een bestemmingsreserve draagt bij aan de transparantie van de financiële verslaglegging. Middelen blijven herkenbaar geoormerkt voor het programma waarvoor ze bedoeld zijn. In de jaarrekening kan helder worden verantwoord hoe het verloop van de reserve zich verhoudt tot de voortgang van het programma.

Wat was in 2025 gepland?

In 2025 zijn twee ophaalmomenten gepland voor de meerjarige openstellingen LEADER Oost en LEADER West. Daarnaast lopen of starten in 2025 verschillende andere openstellingen. Deze betreffen onder meer jonge landbouwers, groen-blauwe maatregelen en dierenwelzijn, het Europees Innovatiepartnerschap (EIP) en niet-productieve investeringen bij niet-landbouwbedrijven.

Wat is in 2025 gerealiseerd?

In 2025 hebben meerdere openstellingen plaatsgevonden. Op basis van de jaarafsluiting van de RVO zijn de bijbehorende lasten verwerkt in de jaarrekening 2025.
Het resterende saldo ad € 1.870.409,-- van het ANLb is overgeboekt vanuit deze reserve naar de Reserve natuurbeleid. Daarnaast zijn nadelige saldi gerealiseerd op:
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid/Nationaal Strategisch Plan (GLB/NSP): € 642.830,--, LEADER Oost: € 153.760,-- en LEADER West: € 272.277,--.
Daartegenover staat een voordelig saldo op de uitvoeringskosten van het GLB/NSP van € 135.414,--.
Het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 (POP3) is in 2025 afgerond. Het resterende saldo van € 166.852,-- is in 2025 vrijgevallen ten gunste van het jaarrekeningresultaat.

Dit betekent dat in 2025 per saldo € 2.970.715,-- aan deze reserve wordt onttrokken.

Wat zijn de oorzaken van eventuele afwijkingen?

Wat is het (meerjarige) effect van eventuele afwijkingen

tekst

Deze pagina is gebouwd op 04/21/2026 15:34:05 met de export van 04/21/2026 15:13:52