Beleidsopgave | Realisatie 2024 | Primitieve begroting 2025 | Begroting 2025 na wijziging | Realisatie 2025 | Verschil | |
Lasten | ||||||
2.01 Landbouw | 5.410.937 | 12.697.417 | 13.096.839 | 16.026.976 | -2.930.137 | |
2.02 Zorgvuldig omgaan met water | 3.272.150 | 3.679.673 | 6.900.779 | 2.998.770 | 3.902.009 | |
2.03 Natuur | 78.560.200 | 103.350.867 | 104.024.249 | 107.218.165 | -3.193.916 | |
2.05 Klimaatadaptatie | 896.421 | 300.000 | 1.058.434 | 466.750 | 591.684 | |
Totaal Lasten | 88.139.708 | 120.027.957 | 125.080.301 | 126.710.660 | -1.630.359 | |
Baten | ||||||
2.01 Landbouw | -2.232.830 | -7.705.756 | -9.763.512 | -10.426.272 | 662.760 | |
2.02 Zorgvuldig omgaan met water | -1.757.716 | -2.772.840 | -6.257.880 | -2.531.533 | -3.726.347 | |
2.03 Natuur | -35.350.059 | -22.900.091 | -33.316.717 | -34.875.205 | 1.558.488 | |
2.05 Klimaatadaptatie | -566.983 | 0 | -387.872 | -367.558 | -20.314 | |
Totaal Baten | -39.907.587 | -33.378.687 | -49.725.981 | -48.200.568 | -1.525.413 | |
Totaal programma | 48.232.121 | 86.649.270 | 75.354.320 | 78.510.092 | -3.155.772 |
Verrekening met reserves
Toelichting | |
|---|---|
Saldo Programma | -3.155.772 |
Bestemming resultaat reserves bij programma | |
Bijdrage aan reserve Verstrekte subsidies | -10.583.668 |
Bijdrage van reserve Natuurbeleid | 13.293.423 |
Bijdrage van reserve Wettelijke boscompensatie | 43.062 |
Bijdrage van reserve Europese Programma's Landelijk Gebied | 2.970.715 |
Bijdrage van reserve Verstrekte subsidies | 783.683 |
Totaal verrekend met reserves | 6.507.215 |
Resultaat programma na bestemming reserves | 3.351.443 |
Toelichting op verschillen begroting en rekening
Lasten
Landbouw
Beleidsopgave: 2.01 Landbouw
De totale afwijking betreft een nadeel van € 2.930.137,--.
De voornaamste afwijkingen betreffen:
Doelstelling: 2.01.01 Werken aan een toekomstgerichte landbouw
De afwijking binnen deze doelstelling bedraagt € 2.430.365,-- nadelig. Dit komt vooral doordat er in 2025 meer aanvragen en uitbetalingen waren voor Europese landbouwsubsidies (GLB/NSP) dan vooraf was ingeschat. Dit heeft te maken met het feit dat de openstellingen en de afhandeling van projecten niet gelijkmatig over de jaren verlopen. Hierdoor zijn sommige subsidies eerder uitgekeerd, terwijl de begroting uitging van een meer gespreide uitbetaling. Voor het GLB/NSP is het nadeel € 1.709.914,--. Daartegenover staan voordelen bij LEADER Oost (€ 311.684,--), LEADER West (€ 98.903,--) en de uitvoeringskosten GLB/NSP (€ 135.414,--).
Deze verschillen worden verrekend met de reserve Europese Programma's Landelijk Gebied.
Op 31 december 2025 is het GLB-programma POP3/POP3+ financieel afgesloten.
Inmiddels hebben we hiervan de eindafrekening van het programma van RVO ontvangen met het overzicht in het trappenhuis van 2025.
In dit overzicht is aangegeven welke subsidies daadwerkelijk zijn uitgekeerd naar aanleiding van de openstellingen die vanaf 2017 hebben plaats gevonden.
Daarmee kan ook een correctie worden uitgevoerd op de onderlinge vorderingen en verplichtingen die de provincies Groningen en Drenthe met betrekking tot de openstellingen voor de Veenkoloniën hebben.
Deze vorderingen en verplichtingen zijn opgenomen van basis van de subsidieplafonds in deze openstellingen en zijn daarom hoger dan de werkelijke afrekening nu laat zien. De eerder verwerkte onderlinge vorderingen en verplichtingen tussen Groningen en Drenthe voor de openstellingen in de Veenkoloniën waren gebaseerd op de vastgestelde subsidieplafonds. Op basis hiervan werd een ontvangst van € 1.999.995 geraamd. De definitieve realisatie blijkt lager te zijn. Op grond van de eindafrekening zijn deze posten daarom bijgesteld. Hieruit volgt dat de provincie Drenthe nog € 409.414 ontvangt van de provincie Groningen. Na verrekening komt € 1.590.581 ten laste van het POP3-budget. Op POP3 is een nadelig saldo van € 1.176.163,-- gerealiseerd.
Verder zijn er nog kleine verschillen: een nadeel van € 124.635,-- bij landbouwstructuurverbetering door de afronding van een POP3 subsidie en een voordeel van € 49.343,-- bij de AgroAgenda, waarvoor Drenthe als kassier optreedt. Via de overhevelingsvoorstellen wordt voorgesteld dit saldo over te hevelen naar 2026.
Het resterende nadeel van € 14.997, -- komt door verschillende kleine onder- en overbestedingen op andere landbouwprojecten.
Doelstelling: 2.01.02 Bijdrage Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw
De afwijking op dit onderdeel bedraagt € 249.686,- voordelig.
Het voordeel van € 249.686,-- ontstaat doordat een paar van de begrote subsidies niet onder deze specifieke uitkering verantwoord kunnen worden door de vastgestelde subsidiabele periode van de SPUK Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw. Deze specifieke uitkering is in 2025 afgerond. De bestedingen worden volledig gedekt met de specifieke uitkering die we van het Rijk hebben ontvangen en hebben geen effect op het rekeningresultaat.
Doelstelling: 2.01.03 Reductie van emissies door doelsturing, managementmaatregelen en innovatie
De afwijking op dit onderdeel bedraagt € 749.458,-- nadelig. Dit saldo is ontstaan doordat er meer opgaves zijn geweest dan verwacht voor de subsidieregeling Duurzaam Boeren Drenthe 2025 - 2026. De bestedingen worden volledig gedekt met de specifieke uitkering die we van het Rijk hebben ontvangen en hebben geen effect op het rekeningresultaat.
Zorgvuldig omgaan met water
Beleidsopgave: 2.02 Zorgvuldig omgaan met water
De totale afwijking betreft een voordeel van € 3.902.009,--.
De voornaamste afwijkingen betreffen:
Doelstelling: 2.02.03 De oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit voldoet in 2027 aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water
In 2025 is binnen deze doelstelling een voordelig saldo ontstaan van € 3,9 miljoen. Het grootste gedeelte van dit voordeel wordt veroorzaakt door de afwikkeling van oude POP3-subsidies door de RVO. In het verleden is ten behoeve van waterprojecten via de RVO een bijdrage verleend. Deze middelen zijn niet volledig benut en vallen nu vrij. Het gaat om een bedrag van € 2.377.233,--. De vrijval van deze middelen leidt tot een negatieve EU POP3-bijdrage aan de batenkant, waardoor er geen effect ontstaat op het rekeningresultaat. .
Verder hebben wij in het kader van de Tijdelijke regeling stimuleren maatregelen tweede fase
Deltaprogramma zoetwater € 149.356,-- minder besteed dat verwacht. In de uitvoering van dit onderdeel is in 2025 vertraging opgetreden. Deze bestedingen worden volledig gedekt door een specifieke uitkering van het Rijk. Over- of onderbestedingen binnen deze subsidieregeling hebben geen impact op het rekeningresultaat.
Daarnaast is € 87.393,-- aan middelen voor de uitvoering van de KRW-projecten in 2025 niet besteed omdat de projecten binnen het Zandgrondenprogramma later tot uitvoering komen. De bijbehorende bijdrage kan pas in 2026 via een beschikking worden toegekend. Hierdoor blijft het budget in 2025 onbenut en stellen wij uw Staten voor deze middelen over te hevelen naar 2026 om de reeds in 2025 ingediende subsidieaanvragen van waterschappen Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s te kunnen afwikkelen.
In het kader van de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied (Rpml) is in 2024 een specifieke uitkering van het Rijk ontvangen die deels bestemd is voor maatregelen ter ondersteuning van de KRW-doelen. Deze subsidie heeft een meerjarig karakter. In de begroting 2025 is per abuis een te hoge lasten- en batenraming opgenomen. Dit resulteert in een voordeel van € 1.224.120,-- aan de lastenkant en een nadeel van gelijke omvang aan de batenkant. Dit heeft verder geen effect op ons rekeningresultaat.
Het resterende voordeel van € 63.907,-- is het saldo van over- en onderbestedingen op andere
budgetten binnen beleidsopgave 2.02 Zorgvuldig omgaan met water.
Natuur
Beleidsopgave: 2.03 Natuur
De totale afwijking betreft een nadeel van € 3.193.916, --.
De voornaamste afwijkingen betreffen:
Doelstelling: 2.03.01 Versterken en behouden van Natuur en landschap (€ 843.684,-- N)
In 2025 is het Europese programma POP3-periode afgerond en afgerekend. Wij hebben de einddeclaratie ontvangen en de financiële consequenties zijn verwerkt in de jaarrekening 2025. Een aantal inrichtingsmaatregelen inclusief afwaardering van grond waren onderdeel van dit Europese programma. Door de verwerking van deze einddeclaratie vallen de lasten voor inrichtingsmaatregelen Natuur ongeveer € 3.079.000, -- lager uit dan begroot.
Daarnaast vallen de lasten voor grondverwerving en functieverandering binnen het NNN € 7.854.500, -- lager uit dan begroot. Dit komt doordat de overdracht van gronden is vertraagd door langere doorlooptijden bij financiering, vergunningverlening en onzekerheid over toekomstige inrichting. Ook is er geen gebruik gemaakt van subsidieregelingen voor waardeverschillen bij gronden in bezit van derden.
Verder vallen de lasten voor het subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) ongeveer € 1.042.000,-- hoger uit dan begroot. Dit wordt veroorzaakt doordat de contracten die de provincie heeft afgesloten, op basis van de standaardkostprijs, hoger uitvallen dan de extra middelen die in de septembercirculaire 2024 zijn ontvangen voor de verhoging van deze standaardkostprijs..
De lasten voor de uitvoering van het Programma Natuurlijk Platteland zijn uiteindelijk bijna € 467.000, -- hoger geworden dan begroot. Dit komt door diverse oorzaken, onder andere door meer inhuur van externe expertise en hogere vergaderkosten.
De hierboven benoemde afwijkingen worden vereffend met de reserve Natuurbeleid en hebben geen effect op het rekeningresultaat.
Naast uitvoeringsbudgetten vanuit het programma Natuurlijk Platteland maken ook diverse specifieke uitkeringen (SPUK’s ) onderdeel van deze doelstelling, namelijk Programma Natuur 1e fase (L16), Programma Natuur 2e fase (L33), de Provinciale versnellingsmaatregelen NPLG (L25) en de Provinciale Maatregelen Landelijk Gebied (L35). Alle afwijkingen binnen de verschillende SPUK's worden steeds gecompenseerd met de bijbehorende Rijksbijdragen en hebben daardoor geen effect op het rekeningresultaat.
Programma Natuur 1e fase
De lasten vallen € 12,1 miljoen hoger uit dan begroot, door een wijziging in de verwerking van lastneming grote subsidies bij het opmaken van de jaarrekening.
Programma Natuur 2e fase
De lasten vallen € 288.000, -- lager uit dan begroot, doordat het programma later op gang is gekomen en de werkzaamheden zijn doorgeschoven naar 2026.
Provinciale versnellingsmaatregelen NPLG
De lasten komen vrijwel overeen met de begroting. Het verschil is € 23.500, -- voordelig.
Provinciale maatregelen Landelijk gebied
De lasten komen € 371.000 ,-- hoger uit dan begroot, door hogere uitvoeringskosten. Deze hogere uitvoeringskosten passen binnen de beschikbare SPUK-middelen.
Het resterend saldo van € 278.000, -- nadelig is een som van alle onder- en overbestedingen met betrekking tot deze doelstelling.
Doelstelling: 2.03.02 Mooi en aangenaam Drenthe (€ 5.527.560, -- V)
De grootste afwijking betreft de specifieke uitkering Natuurinclusief Isoleren ( € 3.097.671,-- voordeel). Deze middelen zijn in 2025 nog niet volledig tot besteding gekomen. Dit hangt samen met de gefaseerde uitvoering van de regeling en het tempo waarin aanvragen en projecten tot uitvoering komen. De middelen blijven beschikbaar tot en met 2030.
Daarnaast is de Subsidieregeling Wolf in 2025 minder benut dan geraamd (€ 1.811.200,-- voordeel). De uitvoering van een deel van de maatregelen is doorgeschoven naar 2026. Voorgesteld wordt dit budget over te hevelen, zodat de voorgenomen activiteiten alsnog kunnen worden uitgevoerd.
Via de septembercirculaire 2025 zijn aanvullende middelen ontvangen voor de landelijke aanpak Wolf. Een bedrag van € 309.968,-- is in 2025 nog niet besteed, omdat de uitvoering en besteding binnen het verslagjaar nog niet volledig tot realisatie zijn gekomen. Voorgesteld wordt dit bedrag over te hevelen naar 2026. Tegenover deze lagere besteding staat een overschrijding van € 153.000, -- op de inzet voor wolfconsulenten. De toename van het aantal meldingen en adviesaanvragen heeft geleid tot een hogere inzet dan vooraf geraamd.
Voor Soortenbescherming wordt voorgesteld € 120.000, -- over te hevelen naar 2026. De uitvoering van maatregelen tegen invasieve exoten is deels doorgeschoven naar het volgende begrotingsjaar.
Ten slotte is voor het programma Schoolpleinen van de Toekomst een voorstel opgenomen om het resterende budget van € 390.520, -- over te hevelen naar 2026, aangezien de geplande activiteiten binnen het verslagjaar nog niet volledig zijn afgerond.
Het resterend saldo van € 48.799, -- nadelig is een som van kleine onder- en overbestedingen met betrekking tot deze doelstelling.
Doelstelling: 2.03.03 Behouden en versterken Nationale Parken (€ 173.174,-- N)
In 2025 is bij de uitvoering aangesloten bij het budgetniveau zoals opgenomen in de primitieve begroting. Het formeel beschikbare budget is in de loop van het jaar, als onderdeel van de vastgestelde ombuigingsvoorstellen, naar beneden bijgesteld met
€ 140.000, --. Het verschil tussen het budgetniveau waarop de uitvoering was gebaseerd en het formeel beschikbare budget heeft geleid tot een overschrijding. In de eerste begrotingswijzigingen 2026 zal dit worden hersteld. Daarnaast blijkt dat uitgestelde kosten en prestaties 2024 ten laste van 2025 zijn gebracht. Hier gaat het om een bedrag van € 30.000, --.
Doelstelling: 2.03.04 Beheer Natuur en Landschap (€ 100.000, -- V)
Het voordeel van € 100.000, -- wordt veroorzaakt door het eenmalige budget dierenambulances, dat in 2025 nog niet tot besteding is gekomen. Uw Staten hebben met Motie 45 (9 juli 2025) besloten een incidenteel bedrag van € 100.000,-- beschikbaar te stellen aan dierenambulances met ANBI-status. Voor de uitvoering is afstemming nodig tussen meerdere organisaties over een gedragen verdeelsleutel. Deze afstemming en bestuurlijke instemming zijn in 2025 nog niet afgerond. Hierdoor kon de subsidieprocedure niet worden gestart. Voorgesteld wordt het budget éénmalig over te hevelen naar 2026.
Doelstelling: 2.03.05 Agrarisch Natuurbeheer (€ 3.205.018,-- N)
Het nadeel op deze doelstelling is grotendeels te verklaren doordat in 2025 het Europese programma POP3-periode afgerond en afgerekend. Wij hebben de einddeclaratie ontvangen en de financiële consequenties zijn verwerkt in de jaarrekening 2025. Door de verwerking van deze einddeclaratie vallen de lasten voor agrarisch natuurbeheer ongeveer € 3.205.018, -- hoger uit dan begroot. De provincie ontvangt ook een bijdrage vanuit Europa als bijdrage. De hogere baten van € 1.952.015,-- verklaren gedeeltelijk de hogere lasten. Daarnaast zijn toekomstig lasten (à € 1.253.003) al genomen in 2025. Dit nadeel wordt vereffend met de reserve Natuurbeleid en heeft geen effect op het rekeningresultaat.
Doelstelling: 2.03.06 Inzicht verkrijgen in natuurkwaliteit (€ 123.448, -- N)
De SNL-vergoedingen (Subsidiestelsel Natuur en Landschap) die Terrein Beherende Organisaties (TBO’s) ontvangen voor het monitoren van natuurkwaliteit zijn gestegen door de groei in hectaren natuur en de stijging van standaard kostprijs (SKP’s). Het saldo wordt geëgaliseerd in de reserve Natuurbeleid.
Doelstelling: 2.03.07 Natuurherstelmaatregelen PAS (€ 4.639.665,-- N)
De verklaring van deze hogere lasten is dat er een wijzigingen in de verwerking van lastneming grote subsidies heeft plaatsgevonden. Dit heeft plaatsgevonden bij het opmaken van de jaarrekening, dit was in 2025 niet begroot.
Doelstelling: 2.03.08 Uitvoering van de Omgevingswet voor activiteiten die de natuur betreffen (€ 163.513,-- V)
Dit voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het budget voor groene regie € 125.000, -- niet is uitgeput. Dit komt doordat in 2024 de subsidie is uitgekeerd voor zowel 2024 als 2025 in het kader van de groene regie. Omdat de lasten voor 2025 hierdoor al in 2024 zijn verantwoord, heeft dit geleid tot een positieve afwijking voor 2025. Het resterend saldo van € 38.513, -- voordelig is een som van kleine verschillen binnen deze doelstelling.
Klimaatadaptatie
Beleidsopgave: 2.05 Klimaatadaptatie
De totale afwijking betreft een voordeel van € 591.684,--.
De voornaamste afwijkingen betreffen:
Doelstelling: 2.05.01 Klimaatadaptatie is onderdeel van het beleid en uitvoering in Drenthe
Het voordeel van € 571.370,-- binnen deze doelstelling wordt voornamelijk veroorzaakt doordat in 2025 minder uitvoering is gegeven aan externe samenwerkingsactiviteiten dan voorzien. De inzet lag in dit jaar vooral op interne afstemming en het integreren van klimaatadaptatie in andere beleidsopgaven. Hierdoor zijn minder middelen ingezet voor concrete externe maatregelen.
Daarnaast zijn kosten voor extra personele inzet niet ten laste van deze doelstelling gebracht.
Het resterende voordeel van € 20.314,-- betreft per saldo kleinere afwijkingen binnen de beleidsopgave.
Baten
Landbouw
Beleidsopgave: 2.01 Landbouw
De totale afwijking betreft een voordeel van € 662.760,--.
De voornaamste afwijkingen betreffen:
Doelstelling: 2.01.01 Werken aan een toekomstgerichte landbouw
De afwijking binnen deze doelstelling bedraagt € 162.988,-- voordelig.
Er is een nadelig saldo van € 25.470,-- ontstaan op de budgetten GLB/NSP, LEADER Oost- en West Drenthe en de afronding van het voorgaande Europese programma POP3. Binnen deze programma's zijn baten en lasten direct aan elkaar gekoppeld. In 2025 zijn minder uitgaven gerealiseerd dan geraamd. Hierdoor zijn ook de bijbehorende Europese baten lager uitgevallen.
Binnen het onderdeel verbetering van de landbouwstructuur is een voordeel van € 176.629,-- ontstaan. Dit voordeel is ontstaan door de afronding van een POP3 subsidie bij Prolander.
Het resterende voordeel van € 11.829,-- is het saldo van kleinere onder- en overbestedingen binnen diverse andere landbouwprojecten.
Doelstelling: 2.01.02 Bijdrage Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw
Het nadeel van € 249.686,-- hangt samen met de afronding van de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw in 2025. Omdat minder uitgaven zijn gerealiseerd dan begroot, is ook een lager beroep gedaan op de specifieke uitkering (SPUK) van het Rijk. Sommige begrote uitgaven hebben niet meer plaats kunnen vinden, omdat het niet aan de vastgestelde subsidiabele periode van de SPUK voldoet.
De afwijking op de baten beweegt daarmee rechtstreeks mee met de lagere lasten. Per saldo heeft dit geen effect op het rekeningresultaat.
Doelstelling: 2.01.03 Reductie van emissies, managementmaatregelen en innovatie
Het voordeel van € 749.458, -- hangt samen met een hogere uitvoering van de subsidieregeling Duurzaam Boeren Drenthe 2025–2026. Door het grotere aantal aanvragen zijn de uitgaven hoger uitgevallen dan begroot. Omdat meer uitgaven zijn gerealiseerd dan begroot, is ook een hoger beroep gedaan op de specifieke uitkering (SPUK) van het Rijk.
De afwijking op de baten beweegt daarmee rechtstreeks mee met de hogere lasten. Per saldo heeft dit geen effect op het rekeningresultaat.
Zorgvuldig omgaan met water
Beleidsopgave: 2.02 Zorgvuldig omgaan met water
De totale afwijking betreft een nadeel van € 3.726.347,--.
De voornaamste afwijkingen betreffen:
Doelstelling: 2.02.03 De oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit voldoet in 2027 aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water
Het grootste gedeelte van dit resultaat wordt veroorzaakt door de financiële afwikkeling van oude POP3-subsidies door de RVO. Bij de eindafrekening is de Europese bijdrage lager vastgesteld dan eerder was geraamd. Hierdoor is een negatieve bate van € 2.377.233,-- verwerkt. Hier staat een overeenkomstig voordeel op de lasten tegenover. Per saldo heeft dit geen effect op het rekeningresultaat.
In het kader van de Tijdelijke regeling stimuleren maatregelen tweede fase Deltaprogramma zoetwater is een lagere bate gerealiseerd van € 149.356,--. Deze lagere bate heeft te maken met lagere bestedingen door Prolander in het kader van deze specifieke uitkering.
Daarnaast is in de Begroting 2025 bij de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied (Rpml) abusievelijk een te hoge raming van zowel lasten als baten opgenomen. Dit leidt aan de batenkant tot een nadeel van € 1.224.120,--.
Het resterende voordeel van € 24.362,-- is het saldo van over- en onderbestedingen op andere
budgetten binnen beleidsopgave 2.02 Zorgvuldig omgaan met water.
Natuur
Beleidsopgave: 2.03 Natuur
De totale afwijking betreft een voordeel van € 1.558.488,--
De voornaamste afwijkingen betreffen:
Doelstelling: 2.03.01 Versterken en behouden van Natuur en landschap (€ 2.737.854, -- V)
De opbrengsten uit de verkoop van gronden blijven € 9.653.000,-- achter bij de begroting. Door aanhoudende onzekerheden in het landelijk gebied is minder grond verkocht dan voorzien. De lagere opbrengst wordt verrekend met de reserve Natuurbeleid en heeft daardoor geen effect op het rekeningresultaat 2025.
Daartegenover staat een hogere bijdrage uit specifieke uitkeringen (SPUK’s) van € 12.290.000,--. Deze hogere baten hangen rechtstreeks samen met hogere lasten binnen deze doelstelling. De baten bewegen één-op-één mee met de uitgaven en hebben per saldo geen effect op het rekeningresultaat.
Het resterende voordeel van € 100.854,-- betreft per saldo kleinere afwijkingen binnen deze doelstelling.
Doelstelling: 2.03.02 Mooi en aangenaam Drenthe (€ 2.715.463, -- N)
Het nadeel in baten heeft direct te maken met de onder uitputting in de lasten van de SPUK Natuurinclusief isoleren € 2.800.398, -- . Daarnaast is een bijdrage van € 93.000, -- van de provincie Groningen ontvangen voor Soortenbescherming die niet in de begroting was opgenomen.
Doelstelling: 2.03.03 Behouden en versterken Nationale Parken (€ 50.000, -- V)
Er is een bijdrage gedaan van Provincie Groningen aan Nationale parken van € 50.000, -- dat niet opgenomen is in de begroting.
Doelstelling: 2.03.05 Agrarisch Natuurbeheer (€ 1.952.015,-- V)
Het voordeel binnen deze doelstelling hangt samen met de afronding van het Europese programma POP3 in 2025. Na ontvangst van de einddeclaratie zijn de definitieve Europese bijdragen verwerkt in de jaarrekening. Door deze afrekening vallen de baten voor agrarisch natuurbeheer € 1.952.015,-- hoger uit dan begroot. Dit betreft de definitieve vaststelling van de Europese bijdrage over de afgesloten programmaperiode. Het voordeel wordt verrekend met de reserve Natuurbeleid en heeft daardoor geen effect op het rekeningresultaat.
Doelstelling: 2.03.08 Natuurherstelmaatregelen PAS (€ 512.737,-- N)
Doordat er minder lasten zijn gemaakt die te declareren zijn onder de SPUK Pasmelders valt de rijksbijdrage ook lager uit. Per saldo zullen deze lagere baten geen invloed hebben op het rekeningresultaat 2025.
De overige verschillen betreffen kleinere verschillen op verschillende posten binnen deze beleidsopgave.
Klimaatadaptatie
Beleidsopgave: 2.05 Klimaatadaptatie
De totale afwijking betreft een nadeel van € 20.314,--.
