Programma 3 beleidsopgaven

De bodem en ondergrond worden zo beheerd en benut dat deze ook voor volgende generaties hun culturele, ecologische en economische kracht behouden

Inleiding

In 2021 heeft de provincie Drenthe het initiatief genomen voor een programma Bodem en Ondergrond. Met dit programma geven we richting en uitvoering aan duurzaam bodemgebruik en -beheer. Het programma bestaat uit twee delen. Deel 1, Strategie Bodem & Ondergrond 2021, is op 15 december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld en vormt de basis van het programma.
In 2025 hebben we deze strategie verder uitgewerkt in deel 2, Tactiek, met concrete operationele doelen. Dit tweede deel is in juli 2025 vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Beide delen vormen samen het Programma Bodem en Ondergrond, dat in de tweede helft van 2024 is gestart en een looptijd heeft van vier jaar.
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 zijn gemeenten op grond van de Wet bodembescherming bevoegd gezag voor de vaste bodem. Onder het overgangsrecht van de Omgevingswet blijft de provincie verantwoordelijk voor het grondwater, de VTH-taken en de uitvoering van lopende bodemsaneringen.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we gedaan?

Doelstelling

Omschrijving doelstelling

Status

Toelichting realisatie

3.03.01 Het bevorderen van duurzaam bodemgebruik en verantwoord gebruik van de diepe ondergrond

In de strategie Bodem & Ondergrond zijn de 9 deelambities vertaald naar 32 strategische doelen:  

1 Bodem & Energievoorziening,  
SD 1, Vergroten aandeel van hernieuwbare energie uit de ondergrond in de Drentse energiemix
SD 2, Voorkomen aantasting van de kwaliteiten en eigenschappen van bodem en ondergrond bij winning en opslag van (hernieuwbare) energie, waaronder ook bodemdaling
SD 3, Verkleinen van de ruimteclaim op de bodem voor nieuwe kabels en/of leidingen (inclusief graafwerkzaamheden) t.b.v. de productie en levering van energie

2 Bodem & Landbouw,  
SD 1, Verbeteren en opbouwen organische stof in de Drentse bodem
SD 2, Verminderen van bodemverdichting
SD 3, Verbeteren van de bodembiologie
SD 4, Verminderen en vervangen van niet duurzame hulpstoffen
SD 5, Verbeteren van de (grond)waterkwaliteit en –kwantiteit

3 Bodem & Leefomgeving,  
SD 1, Opheffen en voorkomen van risico’s op de locaties waar historische bodemverontreiniging leidt of kan leiden tot onaanvaardbare risico’s  
SD 2, Aantasting van de bodemkwaliteit door verontreinigingen opheffen (curatief)
SD 3, Aantasting van de bodemkwaliteit door nieuwe verontreiniging voorkomen (preventief)

4 Bodem & Erfgoed,  
SD 1, Koesteren van ons meest waardevolle aardkundig erfgoed, één van de kernkwaliteiten van Drenthe  
SD 2, Bevorderen van zorgvuldig omgaan met aardkundig erfgoed  

5 Bodem & Natuur,  
SD 1, Verbeteren van de vitaliteit van de bos- en natuurbodems
SD 2, Verbeteren van de bodembiologie van landbouwbodems ten behoeve van verhoging van de biodiversiteit in het Drenst Natuur Netwerk.

6 Bodem & Grondwater,  
SD 1, Verminderen van de belasting van de bodem met meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en diffuse verontreinigingen
SD 2, Verhogen van adsorptie en afbraakcapaciteit van de bodem.
SD 3, Verhogen van de natuurlijke buffercapaciteit van de bodem.
SD 4, Verminderen van de verdamping van water uit de bodem.
SD 5, Verminderen van veenoxidatie/-inklinking.

7 Bodem & Infra,  
SD 1, Voorkomen uitspoeling/uitloging van verontreinigingen naar het grondwater vanuit bestaande en nieuwe infrastructurele objecten.
SD 2, Verbeteren van het waterbufferend vermogen van de bodem rondom het wegennetwerk.
SD 3, Verhogen van de hoeveelheid hergebruik van delfstoffen en bouwstoffen bij infrastructurele projecten.
SD 4, Betrekken van kenmerken van bodem en ondergrond bij locatiekeuzes en variantkeuzes voor infrastructurele projecten.
SD 5, Verbeteren van de ruimtelijke ordening van de ondergrondse infrastructuur

8 Bodem & Delf- en Grondstoffen,  
SD 1, Verhogen van de hoeveelheid hergebruik van delfstoffen.
SD 2, Verbeteren en opbouw organische stof bij de teelt van biogrondstoffen.

9 Bodem & Klimaatverandering,  
SD 1, De kenmerken van bodem en ondergrond beter benutten voor maatregelen voor klimaatadaptatie
SD 2, Verminderen van afdekking van bodems in bebouwde gebieden
SD 3, Verhogen van het bufferend vermogen van de bodem
SD 4, Behouden van bestaand veen en ontwikkeling van nieuw veen
SD 5, Vergroten aandeel van hernieuwbare energie uit de ondergrond in de Drentse energiemix (inclusief ondergrondse opslag)

Deze strategische doelen zijn door vertaald naar een deel 2 "Tactiek" met daarin operationele doelen en de daarbij benodigde middelen. Deze operationele doelen vormen de basis voor de benodigde inspanningen die zijn opgenomen in Deel 3 " dynamische uitvoerings- & leeragenda’s voor de periode 2024-2027"

In 2025 is het Programma Bodem en Ondergrond verder uitgewerkt. De strategische doelen zijn vertaald naar operationele doelen: wat we doen en wanneer. Deze doelen zijn in samenhang met andere programma’s opgenomen in deel II Tactiek Bodem en Ondergrond, dat op 2 juli 2025 door Gedeputeerde Staten is vastgesteld.
Vanuit het programma Bodem en Ondergrond (WBM) en in samenwerking met partners binnen en buiten de organisatie zijn projecten uitgevoerd die bijdragen aan het behalen van deze doelen. Aan het begin van het jaar liep het programma achter op de planning door een tekort aan capaciteit. Door het aantrekken van extra tijdelijk personeel in de loop van 2025 is de uitvoering versneld. Met het huidige programmateam verwachten we de doelen in 2027 te realiseren.

3.03.02 Verantwoord beheer van de stortplaatsen (Nazorgfonds)

Bij verantwoord beheer van stortplaatsen is blijvende (na)zorg nodig. De nazorg houdt in: beheer en onderhoud, periodieke vervanging van de bovenafdichting, monitoring van de grondwaterkwaliteit en bij aantreffen van verontreinigingen in het grondwater beheermaatregelen nemen om verspreiding daarvan te voorkomen.  
De provincie is op grond van de Wet milieubeheer (Wm) verantwoordelijk voor de eeuwigdurende nazorg van stortplaatsen waar op of na 1 september 1996 nog afval is gestort. De Provincie Drenthe draagt deze verantwoordelijkheid voor twee stortplaatsen, Meisner Noord-Drenthe BV te Ubbena (in eigendom bij SITA Holding) en Attero B.V. te Wijster.  
Het doel van de nazorgregeling in de Wm is om zeker te stellen dat bestaande en nieuwe stortplaatsen, die voldoen aan de eisen van het Stortbesluit bodembescherming, ook na sluiting tot in lengte van jaren aan hetzelfde beschermingsniveau blijven voldoen, zodat zij geen risico voor verontreiniging van de bodem vormen. Dekking van de kosten voor de desbetreffende nazorg vindt plaats door middel van een door u ingestelde heffing die de provincie gedurende de exploitatiefase van de stortplaats aan de exploitant oplegt. Deze heffing wordt vastgesteld aan de hand van het doelvermogen dat op grond van een door de exploitant ingediend nazorgplan wordt berekend.  
Beoordeling van nazorgplannen en berekening van het doelvermogen vindt plaats aan de hand van in IPO-verband opgestelde modellen en controlelijsten die zijn vastgesteld in onze beleidsregels nazorg stortplaatsen.  
Het provinciale beleid is erop gericht de heffing toereikend te laten zijn voor de bekostiging van de eeuwigdurende nazorg van gesloten stortplaatsen. Het tarief voor 2025 wordt via de belastingverordening provincie Drenthe bepaald aan de hand van de vastgestelde jaarrekening van het Nazorgfonds provincie Drenthe 2024.

De provincie beheert de gesloten stortplaats in Ubbena. Dit beheer is uitgevoerd volgens het geldende nazorgplan, dat in 2025 is geactualiseerd.
De stortplaats in Wijster is nog in gebruik. De exploitant moet op grond van de Wet milieubeheer een nazorgplan opstellen en dit eens per vijf jaar actualiseren. Het nazorgplan beschrijft hoe de stortplaats na beëindiging van de activiteiten milieuhygiënisch verantwoord wordt beheerd om nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Het nazorgplan voor Wijster is in 2024 geactualiseerd en vastgesteld.
De provincie berekent op basis van het nazorgplan het doelvermogen en de heffing. Deze berekening is vastgelegd in de Belastingverordening van de provincie Drenthe. De hoogte van de heffing hangt af van het doelvermogen en de sluitingsdatum in het nazorgplan. De inkomsten uit de heffing, inclusief rendement uit beleggingen en rentebaten, moeten de verwachte kosten voor de uitvoering van het nazorgplan dekken. Zo zijn financiële middelen beschikbaar om de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid van de provincie voor de nazorg van stortplaatsen uit te voeren.
In 2025 hoefde geen heffing te worden opgelegd, omdat het vermogen in het nazorgfonds voldoende was. Daarnaast hebben we de jaarstukken 2024 en de begroting 2026 van het nazorgfonds vastgesteld.

3.03.03 Uitvoeren projecten Bodem en verontreiniging in de leefomgeving (Strategie Bodem en Ondergrond)

Voor een gezonde leefomgeving is een goede chemische kwaliteit van de bodem en grondwater van belang. We streven ernaar om de bodem en ondergrond, inclusief het grondwater, te beschermen tegen nieuwe verontreinigingen. Wij spannen ons ervoor in dat zeer zorgwekkende stoffen (zoals PFAS) en opkomende verontreinigingen niet in de bodem en ondergrond terecht komen. De resterende historische bodemverontreinigingen worden doelmatig beheerd en onaanvaardbare verspreidingsrisico’s worden aangepakt door te saneren of door (gebiedsgericht) beheer van de verontreinigingen.
Hiervoor voeren we de volgende acties uit:
- opheffen en voorkomen van risico’s op de locaties waar historische bodemverontreiniging (inclusief grondwater) leidt of kan leiden tot onaanvaardbare risico’s;
- aantasting van de bodemkwaliteit door verontreinigingen opheffen;
- aantasting van de bodemkwaliteit door nieuwe verontreinigingen voorkomen.

Op alle locaties met historische bodemverontreiniging, inclusief grondwater, waar sprake is van onaanvaardbare risico’s, zijn saneringen uitgevoerd of beheermaatregelen ingesteld om deze risico’s weg te nemen en te voorkomen. De uitvoering van deze maatregelen heeft een lange doorlooptijd.
Onze inspanningen om nieuwe verontreinigingen te voorkomen, hebben niet kunnen voorkomen dat zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), zoals PFAS, en andere opkomende verontreinigingen in de Drentse bodem terecht zijn gekomen. Op deze locaties, zoals brandweeroefenplaatsen, voeren we bodemonderzoeken uit om de ernst en omvang vast te stellen. Daarna bereiden we maatregelen voor om de risico’s van deze vervuiling weg te nemen.

3.03.04 Een verantwoorde winning van de oppervlaktedelfstoffen en uitvoering van functionele ontgrondingen

De winning en de uitvoering vinden plaats binnen de wettelijke en provinciale kaders. Bij de vergunningverlening vindt een integrale belangenafweging plaats op basis van de doelen van het omgevingsbeleid. Zandwinning is uitsluitend toegestaan om te voorzien in de feitelijke behoefte aan beton- en metselzand en ophoogzand.
Wij werken alleen mee aan nieuwe zandwinningen, wanneer die na exploitatie multifunctioneel zijn en ruimtelijke kwaliteit hebben. Zandwinning wordt zo veel mogelijk geconcentreerd in een beperkt aantal (centrale) zandwinplaatsen, verspreid over de provincie. Functionele ontgrondingen zijn alleen toegestaan indien dit strikt noodzakelijk is, passend in het landschap en passend bij het gewenste doel.

Aan de doelstellingen is in 2025 voldaan.  Wel zien we dat er nog steeds complexe aanvragen zijn die specialistische kennis vragen.

Welke feiten en cijfers zijn er?

De voortgang van de aanpak van de historische verontreiniging met onaanvaardbare risico's voor mens of milieu ligt op koers. We verwachten dat de doelstelling uit de Bestuurlijke afspraken Bodem en Ondergrond 2023-2030 worden gehaald: afronding van 80% van de opgave in 2027.

Wat heeft deze beleidsopgave gekost?

3.03 De bodem en ondergrond worden zo beheerd en benut dat deze ook voor volgende generaties hun culturele, ecologische en economische kracht behouden

Primitieve begroting

Begroting na wijziging

Realisatie

Verschil

Lasten

1.573.500

2.195.293

2.055.556

139.737

Doelstelling 3.03.01 Het bevorderen van duurzaam bodemgebruik en verantwoord gebruik van de diepe ondergrond

1.538.500

1.320.293

1.214.324

105.969

Doelstelling 3.03.03 Uitvoeren projecten Bodem en verontreiniging in de leefomgeving (Strategie Bodem en Ondergrond)

35.000

875.000

841.231

33.769

Baten

-37.500

-814.500

-900.943

86.443

Doelstelling 3.03.03 Uitvoeren projecten Bodem en verontreiniging in de leefomgeving (Strategie Bodem en Ondergrond)

0

-777.000

-884.228

107.228

Doelstelling 3.03.04 Een verantwoorde winning van de oppervlaktedelfstoffen en uitvoering van functionele ontgrondingen

-37.500

-37.500

-16.715

-20.785

Saldo

1.536.000

1.380.793

1.154.613

226.180

Ontwikkelingen

Het risico op nieuwe verontreinigingen en aantasting van het milieu wordt verkleind door toepassing van de zorgplichten en algemene regels voor burgers en bedrijven. Toch kunnen ondanks milieumaatregelen nieuwe verontreinigingen ontstaan met risico’s voor mens of milieu. De laatste jaren wordt steeds duidelijker dat emissies van stoffen zoals zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), waaronder PFAS, de kwaliteit van bodem en grondwater aantasten en schadelijk kunnen zijn voor de ecologie en gezondheid. De nieuwe verontreinigingen pakken we zo snel mogelijk aan om verdere risico’s te voorkomen.

In het landelijke overleg Bestuurlijke afspraken Bodem en Ondergrond 2023-2030 is in 2025 afgesproken dat provincies en de 29 grote gemeenten, waaronder Emmen, de regie nemen over een programmatische aanpak van de PFAS-verontreinigingen.

Op en rond het terrein van Groningen Airport Eelde zijn meerdere bodemverontreinigingen aanwezig. Ook in het oppervlaktewater rondom het terrein zijn verhoogde concentraties PFAS aangetroffen. Omwonenden zijn per brief geïnformeerd en er is een informatieavond gehouden. Er is geen acuut gevaar voor de volksgezondheid. Uit voorzorg is geadviseerd om het gebruik van het grond- en oppervlaktewater te vermijden. Nader onderzoek is in uitvoering en een bodemsanering wordt voorbereid.

In 2025 is onderzoek gedaan naar de relatie tussen PFAS in de bodem, het bodemleven en eieren van hobbykippen. De resultaten variëren, maar in grote lijnen bevatten hobbyeieren relatief hoge concentraties PFAS. De hypothese lijkt bevestigd dat lage PFAS-gehalten in de bodem via bodemorganismen, die door kippen worden opgepikt, kunnen leiden tot hoge concentraties in eieren. Deelnemers aan het onderzoek hebben een briefrapportage ontvangen met de resultaten op hun locatie.

Drenthe neemt sinds 2022 actief deel aan een pilot voor het opzetten van een kennisnetwerk bodem: het Regionaal Schakelpunt (RSP). Het ministerie van I&W heeft in 2025 middelen beschikbaar gesteld voor de periode 2025-2030 voor de verdere ontwikkeling van dit netwerk. Samen met Groningen en Fryslân geven we vorm aan het kennisnetwerk voor bodem en ondergrond (exclusief mijnbouw) in Noord-Nederland.

Deze pagina is gebouwd op 04/21/2026 15:34:05 met de export van 04/21/2026 15:13:52