Programma 2 beleidsopgaven

Zorgvuldig omgaan met water

Inleiding

Mede door klimaatverandering staat het watersysteem steeds meer onder druk. Samen met de waterschappen hebben we een bouwsteen voor Water en bodem sturend uitgewerkt. Deze vormt een basis voor de nieuwe omgevingsvisie en draagt bij aan een klimaatadaptief Drenthe.
We investeren in kennisontwikkeling. Dat doen we ondermeer door deel te nemen aan Europese projecten over klimaatadaptatie en aan het Netwerk Medicijnresten uit Water Noord-Nederland.
Eind 2024 is bij de midterm review van de Kaderrichtlijn Water (KRW) duidelijk geworden of extra maatregelen nodig zijn om de waterkwaliteitsdoelen te halen. In 2025 en verder voeren we deze maatregelen uit, samen met de waterschappen. Waar mogelijk combineren we dit met andere natuurdoelen. Ook onderzoeken we samen met gemeenten hoe we de belasting van oppervlaktewater door stedelijke stoffen kunnen verminderen.
Voor de bescherming van de waterkwaliteit van de Drentsche Aa voor drinkwater geven we uitvoering aan het plan van aanpak dat is opgesteld op advies van de commissie Vervolg Uitvoeringsprogramma Drentsche Aa (UPDA).
Voor de grondwaterbeschermingsgebieden actualiseren we de gebiedsdossiers. We zoeken samen met grondgebruikers naar vormen van gebruik die passen bij bescherming van grondwater. Zo geven we invulling aan onze zorgplicht. Ook zetten we stappen om grondwaterwinningen goed te beschermen.
Daarnaast hebben we de zorgplicht voor voldoende drinkwaterbronnen. Voor de toegenomen vraag is in Drenthe nog voldoende ruimte, maar moeten we wel de Aanvullende Strategische Voorraden (ASV) verkennen.
In 2025 is dit uitgewerkt voor twee ASV’s:  

  1. uitbreiding van de grondwaterwinning Beilen;  
  2. voorbereiding van uitbreiding Holtien bij Hoogeveen.

De uitvoering van de VTH-taken in 2025 is volgens planning verlopen.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we gedaan?

Doelstelling

Omschrijving doelstelling

Status

Toelichting realisatie

2.02.01 De strategische grondwatervoorraad is toereikend om te voldoen aan de vraag naar drinkwater in 2040

De provincie heeft een zorgplicht voor de bronnen van de drinkwatervoorziening. In het Regionaal Waterprogramma (RWP) zijn Aanvullende Strategische Voorraden (ASV) opgenomen. Dit zijn gebieden waar grondwater beschikbaar is voor de drinkwatervoorziening mocht de vraag naar drinkwater stijgen. In totaal betreft dit een hoeveelheid van 12 miljoen m3/jaar gebaseerd op het landelijk afgesproken scenario met een groei van de vraag van 25% ten opzichte van 2015. Dit is een worst case scenario uit het landelijke Deltaprogramma.
Naar aanleiding van dreigende tekorten in sommige delen van Nederland, zijn in 2024 regionale actieprogramma's voor de drinkwatervoorziening tot 2030 opgesteld. In het actieprogramma van de provincie Drenthe is de situatie als ‘beheerst’ geclassificeerd. Dat betekent dat het waterbedrijf voldoende vergunningsruimte heeft, maar dat door de groei van de vraag de zogenaamde operationele reserve van het waterbedrijf onder de gewenste 10% uitkomt. Het beleid voor Aanvullende Strategische Voorraden (ASV) zoals dat is opgenomen in het Regionaal Waterprogramma Drenthe (2021-2027) biedt echter voldoende ruimte voor nieuwe bronnen, maar het is wel noodzakelijk om deze ASV's uit te werken. In 2025 worden de volgende acties uitgevoerd:

  • Ten zuiden van Hoogeveen op de locatie Holtien wordt een deel van de ASV-ruimte in het benut voor de drinkwatervoorziening op middellange termijn (tot 2030). Na vergunningverlening wordt het beschermingsgebied in de Provinciale Omgevingsverordening aangepast.   
  • In 2025 wordt duidelijk of in het zoekgebied Leek-Roden ruimte in het grondwatersysteem gevonden kan worden voor een ASV. Deze zal vooral voor de drinkwatervoorziening in de provincie Groningen bestemd zijn. Groningen is voor een groot deel afhankelijk van het grond- en oppervlaktewater uit Drenthe.
  • In het Hunzedal wordt geologisch onderzoek uitgevoerd om te bepalen of daar in de toekomst (2050) nog extra ruimte voor een ASV is.  

In het Regionaal Waterprogramma is de actie op genomen samen met de waterbedrijven te onderzoeken of de bestaande grondwateronttrekkingen voor de drinkwatervoorziening klimaat robuust kunnen worden ingepast in het watersysteem. Een voorbeeld is het verminderen van het effect van de grondwaterwinning op de omgeving door meer oppervlaktewater in de omgeving van de winning. Tevens onderzoeken we mogelijk alternatieve bronnen voor de drinkwatervoorziening zoals het gebruik van oppervlaktewater.
Op basis van het landelijke plan van aanpak waterbesparing worden regionale acties ingezet om hiermee de groei van de vraag naar drinkwater te beperken.
We nemen deel aan het grondwatermodel MIPWA voor Noord-Nederland. MIPWA staat voor Methodiekontwikkeling voor Interactieve Planvorming ten behoeve van Waterbeheer. Een belangrijk instrument ter ondersteuning van beleidsontwikkeling en het uitvoeren van projecten.

De procedures voor ASV’s en grondwaterwinningen zijn minder ver gevorderd dan verwacht. Het uitvoeren van onderzoeken en het verzamelen van gegevens voor vergunningaanvragen heeft veel tijd gekost. Samen met de waterbedrijven is een tool ontwikkeld om vergunningprocedures te stroomlijnen. Deze tool helpt vanaf het informele vooroverleg tot het verlenen van de vergunning. Dit draagt bij aan het halen van de gestelde einddatum.

ASV Holtien
Het is niet gelukt om in 2025 een ontvankelijke vergunningaanvraag in te dienen. Wel zijn verkennende onderzoeken gestart. In 2026 moeten voldoende gegevens beschikbaar zijn om een aanvraag in te dienen en het vergunningproces te doorlopen.

ASV Leek-Roden
De planMER-procedure, waarvoor provincie Groningen coördinerend bevoegd gezag is, is bijna afgerond. Op basis van de beschikbare informatie en de kennisagenda kan in 2025 nog geen besluit worden genomen. Het proces wordt in 2026 voortgezet samen met Groningen en Fryslân.

ASV Hunzedal
TNO heeft onderzoek gedaan naar de ondergrond. Dit onderzoek wordt in 2026 afgerond.

Klimaatrobuuste inpassing bestaande grondwaterwinningen
Het ‘klimaat robuuste onderzoek inpassing bestaande grondwaterwinningen voor de drinkwatervoorziening’ is in concept gereed. Per grondwaterwinning is in kaart gebracht welke maatregelen genomen kunnen worden om de winning beter in te passen in het watersysteem. Dit lukt het beste bij de grondwaterwinningen aan de rand van het Drents plateau en langs beekdalen, omdat daar oppervlaktewater aanwezig Voor de toekomst is gekeken naar alternatieve bronnen voor drinkwaterbereiding. Hierbij is het gebruik van oppervlaktewater het meest kansrijk, maar dit vraagt ruimte voor een voorraadbekken, omdat de aanvoer van oppervlaktewater in de zomer niet voldoende is.  

Landelijke aanpak waterbesparing
Naast de landelijke aanpak zet de provincie in op waterbesparing op bedrijventerreinen. In 2025 is een Green Deal gesloten voor een actieve, ontzorgende aanpak van groen-blauwe en duurzame maatregelen op bedrijventerreinen. Voor 11 bedrijventerreinen in Drenthe worden plannen opgesteld. Deze plannen worden naar verwachting in de zomer van 2026 opgeleverd.

2.02.02 Watersystemen die robuust zijn ingericht zodat ze voorzien in voldoende zoetwater en waarbij wateroverlast en watertekort (droogte) beperkt blijven

De doelstellingen voor een robuust watersysteem zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie 2022 en het RWP. Het betreft:  

  • Een zo groot mogelijke voorraad zoet grondwater van een goede kwaliteit, beschikbaar voor mens, landbouw en natuur.  
  • De risico’s op wateroverlast en watertekort zijn beperkt tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau.  

De Omgevingswaarden voor de regionale keringen en wateroverlast zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening. Hiermee zijn we kaderstellend voor inrichting van het watersysteem door de waterschappen gericht op een maatschappelijk aanvaardbare kans op wateroverlast.
We anticiperen op de verandering van het klimaat. Water en bodem sturend vormt hierbij een belangrijke onderlegger voor de Omgevingsvisie van de provincie. Hiermee worden ruimtelijke keuzes mede gebaseerd op de mogelijkheden van het watersysteem, waarbij rekening wordt gehouden met klimaatverandering.
Gelijktijdig met de ontwikkeling van een nieuwe Omgevingsvisie wordt het Regionaal Waterprogramma geactualiseerd en geeft daarmee uitvoering aan het beleid uit de Omgevingsvisie op het onderdeel water.   
Verder zorgen wij samen met de waterschappen voor de uitvoering van de zoetwaterprogramma’s voor Oost-Nederland en het IJsselmeergebied/Noord-Nederland. Dit is een subsidieprogramma met middelen uit het landelijke Deltafonds. De middelen worden ingezet voor vasthouden van water op het Drents plateau en draagt daarmee bij aan het verzachten van de effecten van droogte. We blijven ons daarnaast inzetten voor het behoud van de zoetwateraanvoer uit het IJsselmeer.
Op basis van de startnotitie Strategie overige veengronden verkennen wij de mogelijkheden om veenoxidatie te voorkomen.   

Water en bodem sturend (WABOS)
In de Contournota voor de nieuwe Omgevingsvisie is water en bodem sturend (WABOS) opgenomen als leidend principe voor de verdeling van ruimte. Samen met waterschappen en waterbedrijven werken we dit principe uit voor de Omgevingsvisie en het Regionaal Waterprogramma. Het ontwerp van het Regionaal Waterprogramma moet eind 2026 worden vastgesteld. In 2027 volgt de terinzagelegging en definitieve vaststelling.

Zoetwaterprogramma’s
Tot en met 2027 lopen de huidige zoetwaterprogramma’s waarvoor het Rijk subsidie verleent. Deze programma’s richten zich op:

  • het aanpassen van de hydrologie in NNN-gebieden, bijvoorbeeld door meer water vast te houden om droogte te beperken;
  • klimaatadaptieve maatregelen in samenwerking met waterschappen, gemeenten en LTO.

De uitvoering betreft de zoetwaterprogramma’s voor Oost-Nederland en het IJsselmeergebied/Noord-Nederland. Landelijk en regionaal worden voorbereidingen getroffen voor de volgende fase (2028–2033). De meeste provinciale projecten worden in deze fase tijdig afgerond, met enkele opleveringen in het voorjaar van 2028.

IJsselmeer
Wij nemen deel aan het overleg over het IJsselmeer en leveren een liaison. Voor Drenthe is het belangrijk om de IJsselmeerbuffer in stand te houden voor wateraanvoer in droge perioden. Deze aanvoer is nodig om het peil in aanvoerkanalen te handhaven, klink- en zettingsproblemen bij funderingen en veendijken te voorkomen en droogteschade voor landbouw en natuur te beperken.

Veenoxidatie
In 2025 zijn we gestart met het verder in kaart brengen van de ligging en dikte van veengronden in Drenthe. In lopende gebiedsprocessen nemen we het voorkomen van veenoxidatie mee als opgave.

2.02.03 De oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit voldoet in 2027 aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water

Wij zetten in op het bereiken van een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in Drenthe door uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water. De provincie is voor het oppervlaktewater kaderstellend voor de waterschappen en zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van maatregelen voor het behoud of verbetering van de grondwaterkwaliteit.   
De grondwaterkwaliteit en -kwantiteit  meten we in diverse meetnetten met gedetailleerde inspanning voor de grondwatertoestand in de Natura 2000-gebieden. De waterschappen monitoren de oppervlaktewaterkwaliteit.  
Voor de verbetering van de grondwaterkwaliteit in grondwaterbeschermingsgebieden voeren wij maatregelen uit die zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma grondwaterbeschermingsgebieden. Ook worden voor alle winningen de gebiedsdossiers geactualiseerd om invulling te geven aan een duurzame bescherming van de grondwaterwinningen voor de drinkwatervoorziening. Deze dossiers vormen input voor een nieuw op te stellen Uitvoeringsprogramma (het huidige loopt tot en met 2025).   
Bovendien geven wij samen met waterschappen en de landbouw uitvoering aan het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en EU-POP3, waarbij agrariërs worden gestimuleerd om via lokale maatregelen de waterkwaliteit te verbeteren.  
In het Drentsche Aa gebied geven we uitvoering aan het plan van aanpak dat op basis van het advies van de adviescommissie Vervolg Uitvoeringsprogramma Drentsche Aa (UPDA) met de gebiedspartners is opgesteld.  
Met de agrarische sector in de grondwaterbeschermingsgebieden onderzoeken we op welke wijze agrarische bedrijfsvoering gecombineerd kan worden met het verbeteren van de grondwaterkwaliteit in grondwaterbeschermingsgebieden.  

Europese Kaderrichtlijn Water  
Het merendeel van de maatregelen is inmiddels uitgevoerd en effectief. In een enkel geval is vertraging opgetreden in de uitvoering van de maatregel, met name daar waar het verwerven van gronden lastig bleek te zijn, of laten de effecten van de maatregel nog op zich wachten. Waar mogelijk, wordt ingezet op alternatieve maatregelen. Op dit moment voldoet de grondwaterkwaliteit aan de doelen van de KRW. Er is méér inspanning nodig om ook na 2027 aan de doelen te kunnen blijven voldoen. Inzet van ruimtelijk instrumentarium is daarbij een optie die verkend wordt.  
De oppervlaktewaterkwaliteit voldoet op dit moment grotendeels aan de KRW-doelen, maar het evenwicht is wankel.  Lokaal zijn er zorgen over normoverschrijding van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen (hier is met name het Rijk aan zet in het kader van het toelatingsbeleid). Er is méér inspanning nodig om de doelen te halen, danwel de behaalde doelen te handhaven.  
Een beperkt aantal chemische stoffen voldoet niet aan de gestelde doelen. Provincie zet samen met gebiedspartners in op het verbeteren van de kwaliteit van lozingen uit stedelijk gebied. We hebben het initiatief genomen om dit samen met de Drentse gemeenten in kaart te brengen. Daarnaast blijft het stoffenbeleid (met name zeer zorgwekkende stoffen etc) van de rijksoverheid een belangrijke pijler.  
Daar waar dat redelijkerwijs voorzienbaar is, worden de in de KRW beschreven uitzonderingsgronden ingeroepen: legitieme redenen om een KRW-doel niet te halen. Dit vereist nauw samenspel tussen de provincie en de waterschappen op regionale schaal, en op landelijke schaal, ook met het Rijk.  

Meetnetten en monitoring  
In 2025 is het rapport Grondwaterkwaliteit Nederland 2024 opgeleverd. Daaruit blijkt dat op 96% van de meetlocaties stoffen zijn gevonden die er van nature niet thuishoren, zoals resten van wasmiddelen, cosmetica, medicijnen, bestrijdingsmiddelen en PFAS. Zie: Landelijk onderzoek: meer milieuvreemde stoffen in Nederlands grondwater | Provincie Drenthe.

Uitvoeringsprogramma grondwaterbeschermingsgebieden   
De maatregelen uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd of in uitvoering. De nieuwe gebiedsdossiers zijn in concept gereed en worden in Q1-2026 afgerond. In 2026 stellen we een nieuw uitvoeringsprogramma op.

Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) en POP3  
De subsidieregeling DAW 2026–2029 is eind 2025 vastgesteld. Deze regeling stimuleert agrariërs om vrijwillig maatregelen te nemen voor betere bodem, waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid. De regeling vormt de basis voor openstellingsbesluiten van de vier waterschappen. Deze volgen in 2026.

Uitvoeringsprogramma Drentsche Aa (UPDA)
Het UPDA is gestart. Gebiedspartijen werken samen aan het concretiseren van operationele doelen, activiteiten en inspanningen per organisatie. Ook is begonnen met onderzoek naar het instrumentarium van de Omgevingswet. Een mijlpaal was het werkbezoek over samenwerking tussen toezichthouders. Dit heeft geleid tot betrokkenheid van de NVWA bij het Drentsche Aa-gebied, met focus op gewasbeschermingsmiddelen.

Gebiedsproces Noordbargeres  
Het gebiedsproces Noordbargeres is gestart met een verkenning om tot een gezamenlijke aanpak te komen.  

2.02.04 Hygiënisch en veilig zwemmen in Drenthe

We zien toe op het naleven van de wettelijke kaders door (beheerders van) zwembaden en zwemplassen en het publiek te informeren over waar en hoe er veilig en hygiënisch gezwommen kan worden in Drenthe. Dit doen wij door het jaarlijks vaststellen van de zwemplassen in Drenthe met daarbij de uitgave van een folder met de aangewezen zwemplassen.

Alle zwembaden en zwemplassen zijn in 2025 bezocht volgens planning. En alle zwemplassen zijn in 2025 aangewezen.

Welke feiten en cijfers zijn er?

Verplichte beleidsindicatoren volgens het BBV. Via het Besluit Begroting en Verantwoording is vastgelegd dat alle provincies vanaf de begroting 2018 indicatoren in de begroting moeten vermelden. Deze indicatoren zijn in IPO-verband opgesteld en vastgesteld door het ministerie van BZK. De achterliggende gegevens zijn te vinden via de website van het IPO. Daar is ook vergelijkingsmateriaal met andere provincies te vinden en de definitie die wordt gehanteerd voor de betreffende indicator.
Duurzame ruimtelijke ontwikkeling en waterbeheer
Indicator: Waterkwaliteit van de oppervlaktewateren (beoordeling kwaliteit oppervlaktewater in Drenthe in 2024 cf. KRW)

Beoordeling kwaliteit oppervlaktewater in Drenthe in 2024 cf. KRW

Waterschap

Goed

Matig

Ontoereikend

Slecht

Waterschap Hunze en Aa's

0,0%

75,0%

18,8%

6,3%

Waterschap Drents Overijsselse Delta

0,0%

92,5%

1,9%

5,7%

Waterschap Vechtstromen

0,0%

51,0%

28,6%

20,4%

Waterschap Noorderzijlvest

0,0%

46,7%

46,7%

6,7%

 
Definitie: De ecologische toestand van oppervlaktewateren is beoordeeld volgens de Europese Kaderrichtlijn Water (KWR). Deze richtlijn, vastgesteld in 2000, heeft als doel de kwaliteit van oppervlakte- en grondwateren te verbeteren en in stand te houden. Weergegeven zijn de cijfers van alle oppervlaktewateren die in het beheer van de waterschappen zijn. De beoordeling is gebaseerd op vier onderdelen: 

  1. fysisch-chemische toestand 
  2. verontreinigingen 
  3. hydromorfologie 
  4. biologische toestand 

De KRW hanteert het principe one-out-all-out: als één onderdeel onvoldoende scoort, krijgt het hele waterlichaam een onvoldoende. 

De percentages hebben betrekking op de beoordeelde waterlichamen. Niet-beoordeelde waterlichamen blijven buiten beschouwing. 

Onderstaande figuur laat zien hoe de ecologische toestand van oppervlaktewateren tot stand komt. Dit betreft dezelfde parameter als in de tabel, maar samengevat voor Drenthe. 
Onderdelen waar wij als regio invloed op hebben, zoals nutriënten en biologische parameters, scoren over het algemeen goed tot matig. Waterschappen voeren nog maatregelen uit om de toestand te verbeteren, bijvoorbeeld door het aanleggen van vispassages. 
Specifiek verontreinigde stoffen scoren slecht en bepalen voor een groot deel de eindbeoordeling. Voorbeelden zijn ammonium en zware metalen zoals kobalt. Landelijk onderzoek loopt naar de herkomst van deze stoffen en naar maatregelen om de beoordeling te verbeteren. 

Wat heeft deze beleidsopgave gekost?

2.02 Zorgvuldig omgaan met water

Primitieve begroting

Begroting na wijziging

Realisatie

Verschil

Lasten

3.679.673

6.900.779

2.998.770

3.902.009

Doelstelling 2.02.03 De oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit voldoet in 2027 aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water

3.664.673

6.885.779

2.997.924

3.887.855

Doelstelling 2.02.04 Hygiënisch en veilig zwemmen in Drenthe

15.000

15.000

845

14.155

Baten

-2.772.840

-6.257.880

-2.531.533

-3.726.347

Doelstelling 2.02.01 De strategische grondwatervoorraad is toereikend om te voldoen aan de vraag naar drinkwater in 2040

-10.000

-10.000

0

-10.000

Doelstelling 2.02.03 De oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit voldoet in 2027 aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water

-2.762.840

-6.247.880

-2.531.533

-3.716.347

Saldo

906.833

642.899

467.237

175.662

Ontwikkelingen

We zijn steeds beter in staat om stoffen in het grond- en oppervlaktewater te meten. Daardoor vinden we ook meer stoffen. Naar verwachting leidt dit in de volgende KRW-periode na 2027 leiden tot aanvullende normen. Daar moeten we ons nu al op voorbereiden. 

Deze pagina is gebouwd op 04/21/2026 15:34:05 met de export van 04/21/2026 15:13:52